Eén wordt iedereen – iedereen hielp elkaar

De verkiezingen hebben van de week een heus cabaret opgeleverd. Er was een indrukwekkend spreekgestoelte opgetrokken op een goed gevuld boekenmeubel met een televisie prominent in het midden. Op het spreekgedeelte stonden microfoons van alle omroepen. En de mens werd getekend als een lui wezen, gemakzuchtig, consumptief. Zoals op oudejaar de gein werd aangemaakt met de slogan ‘we want more!’ (we willen meer).

Maar willen we wel meer? We hebben al zo veel. We hebben het bovenal goed: ‘n vriendelijk dorp, leuke scholen, aardige winkeliers, levendige kerken. Wat willen we nog meer? We hebben lijsttrekkers van de verkozen partijen, waarbij we ons voor niemand van hen hoeven schamen. In hoeveel landen is dat niet totaal anders?

In de kerk leren we hoe verschillende mensen een onderlinge band kunnen onderhouden. De ene wordt één in de kring van iedereen.
En het mooiste is, dat we aanvoelen elkaar van dienst te zijn.

Eind deze week staan we stil bij de watersnoodramp in Zeeland, West-Brabant en Zuid-Holland: zondag 1 februari 1953 in alle vroegte stroomde het water als een bulldozer over het land. En wat zie je? In de nood schieten mensen elkaar te hulp.

Denkend aan 50 jaar geleden zegt iemand: “Zo kregen wij in de loop van de ochtend een hoofdonderwijzer met vrouw en twee kinderen huis. ‘s Middags heb ik nog met laarzen aan aardappels staan koken. Maar toen moesten we al snel met z’n allen naar boven: vier volwassenen en zes kinderen. Er stonden al wat meubels en ook een kachel. Flessen lamsvlees uit de kelder hadden we ook meegenomen. De kippen zetten we op zolder. Via het dak konden we de buren bereiken. Zij hadden eierkolen voor de kachel. Iedereen hielp elkaar.”

Iedereen hielp elkaar. Goed, als kinderen dat leren van jongs af aan. En dat ze leren helpen in het kader van bidden en werken. Daarom is er kerk!

Ds. Scheltens