Geen blijvende stad

De schrijver van de brief aan de Hebreeën (13:14) zegt: Want wij hebben hier geen blijvende stad (Grieks: polis). Welke stad? Het antwoord op die vraag kunnen we afleiden uit vers 12, waar verwezen wordt naar het lijden van Jezus ‘buiten de poort’. Daarmee is natuurlijk de poort van Jeruzalem bedoeld. Jeruzalem, die trotse tempelstad waarover Gods naam was uitgeroepen.

Gods Zoon werd eruit gezet. Door de stadspoort heen werd Jezus, als ter dood veroordeelde gevangene, afgevoerd naar Golgotha. De plaats van zijn executie was buiten Jeruzalem. Voor Jezus was Jeruzalem dus geen blijvende stad. Hij was daar niet langer welkom.

Jeruzalem is blijkbaar niet de blijvende stad. Jeruzalem, de Godsstad hier beneden. Die is ons niet in bezit gegeven. Op Golgotha begint onze route naar het hemelse Jeruzalem. De stad van de toekomst bestaat al. Nu bevindt ze zich nog boven, waar Jezus Christus is, in de andere wereld. Eens komt ze ook beneden, hier op aarde. Niet om even binnen onze horizon te verschijnen en dan weer snel te verdwijnen. Maar als een stad die zich in deze wereld vestigt om bewoond te worden door God en mensen samen. In het hemelse Jeruzalem ontvangen wij wèl een blijvende stad. Volgens het boek Openbaring zal op aarde een woonplaats neerdalen waar de gezamenlijke troon van God en van het Lam centraal staat. Het is een stad die hemel en aarde zal verenigen in een continue vorm van lofprijzing. Naar alle windstreken staan haar toegangspoorten uitnodigend open. De namen van de profeten op de fundamenten; de namen van de stammen van Israël op de poorten…

Wie deze Godsstad zoekt in de richting die Jezus uitging, dus via het kruis op Golgotha, zal haar zeker vinden. Omdat Hij buiten de poort van Jeruzalem en buiten het tentenkamp van Israël geleden heeft, mogen wij zeggen: Zalig zij die door de poorten ingaan in de stad, de blijvende stad van de toekomst!

Ds. Scheltens