Geschiedenis die (nog) geen geschiedenis is

Op een mooie Pinksterdag (in 1940) is het in ons land volop oorlog.

Twee dagen eerder, op vrijdag10 mei 1940 om 03:55 uur, start Duitse operatie ‘Fall Gelb’: de verovering van de lage landen en Noord-Frankrijk.

En 79 jaar later houdt Rosanne Hertzberger in Almere de 5 mei-lezing.

De data 4 en 5 mei zijn na 1945 pas geladen worden.

Rosanne Hertzberger kiest ervoor optimist te zijn. 

Daarbij heeft één zinnetje mij getroffen: “Maar de oorlog is altijd aanwezig gebleven. De geschiedenis wil maar geen geschiedenis worden.” 

Je zit op school en je bent jarig en je merkt opeens: bij andere kinderen komen opa en oma, bij jou niet. Of er komen een leuke oom en tante met een cadeau waar je u tegen zegt. Maar niet bij jou.

Iedere keer als er een familieaangelegenheid is, mis je de familie voor het grootste deel. Bij een trouwerij en bij een begrafenis – je ziet, of je wilt of niet, hoe er gaten zijn geslagen.

“De geschiedenis wil maar geen geschiedenis worden.” 

Juist daarom is het goed om de verhalen te blijven vertellen.

Om de kloof tussen onze levensstijl en de tijd van de oorlog te overbruggen. 

Dat je begrijpt, hoe moeizaam het was om je houding te bepalen, als het gaat om hulp aan mensen in nood. Of, dat je zou meewerken aan zoiets als verzet, of je overal afzijdig van houden om je vege lijf te redden..

Wat mijzelf betreft, heb ik me vaak afgevraagd: wat zou ik gedaan hebben in die tijd?

Ik ken iemand, die zegt: ik zou vast bij de NSB zijn gegaan. 

En dan vraag ik mezelf af: zou ik dat ook hebben gedaan?

Zoals de leerlingen van Jezus bij het laatste avondmaal, als Hij het heeft over verraad: ben ik het Here? 

Het laatste avondmaal,schilderij (ca. 1678) van Jean-Baptiste de Champaigne 

(1631-1681) in het Institute of Arts te Detroit

Maar de NSB is in de kerkelijke kring helemaal niet enthousiast ontvangen. 

En prof. K. Schilder met zijn brochure ‘Geen duimbreed’ heeft wel indruk gemaakt.

In die tijd is er meer respect voor autoriteit.

Vooral als met argumenten duidelijk wordt gemaakt, wat er aan de hand is.

En ik denk, dat zo’n brochure met een aansprekende titel mij wel zou raken!

Het is voor mij dan ook eigenlijk ondenkbaar dat je bij de NSB zou gaan.

Eerlijk gezegd vond ik de padvinderij al niks; in koor zeggen; akela, wij doen ons best. Ik wist niet eens wat een akela was. Wat een flauwekul.

Overtuigd worden

Jaren geleden hebben we vakantie gevierd in Portugal. En op een rots met uitzicht op zee staat een aardig kerkje, waarin zondags om 18 uur een Duitstalige Evangelische Gottesdienst wordt gehouden.

Er is dan (poeder-)koffie na afloop. 

Op een zondag is er een versnapering bij van een jubilerend echtpaar uit Berlijn, dat met de kinderen het heugelijke feit viert. De jubilaris is een advocaat. We raken aan de praat. Ik zeg, wat ik vaker zeg, dat ik het ondenkbaar vind, dat zo’n erudiet land met wetenschap, gründlichkeit en kunst zich zo laat meeslepen het Dritte Reich in van Adolf Hitler. De advocaat doet de voor mij onvergetelijke uitspraak: “Ein Mensch wünscht geführt zu werden” –  een mens wil geleid worden. 

Ik hoor dit aan en denk vliegensvlug: in Oost-Duitsland heb ik geleerd, dat het woord ‘führen’ besmet is geraakt net als het woord ‘Begeisterung’. Zulke woorden kun je na Hilter niet meer gebruiken, heb ik geleerd.

Ik antwoord de advocaat: „In Holland wünscht ein Mensch überzeugt zu werden” (In Nederland wil men overtuigd worden). Ja, zegt de advocaat, daarom is er bij jullie ook zo’n onenigheid. Ik noem dit, omdat je voelt hoe de tijd van ‘40-’45 niet zomaar voorbij kan gaan. Er zitten zulke wezenlijke verschilpunten onder de oppervlakte. De stoere taal van ‘Geen duimbreed’ zijn we kwijt, maar de noodzaak om menswaardigheid te praktiseren en respect voor het individu te hebben, dat blijft! 

In die zin wordt de geschiedenis nooit geschiedenis, maar blijft springlevend om scherp te blijven en om niet af te zakken naar een bedenkelijk niveau, waar de honden geen brood van lusten.

Ds. Wim Scheltens