Herdenken: zondag 17 september 1944

De zondag 17 september, 76 jaar geleden, was het een zonnige dag. De dominee in de Eusebiuskerk te Arnhem maakte de dienst korter dan anders: er dreigde van alles.

Rond twintig over elf in de morgen braken bombardementen uit als natuurverschijnselen. Het waren mensen met vliegtuigen, B-17 bommenwerpers, zogeheten Vliegende Forten, van de Amerikaanse luchtmacht. Operatie Marget Garden zou beginnen en moest niet gehinderd worden door Duits afweergeschut, daarom bombardementen in Arnhem, Ede, Wageningen en Wolfheze.

Vele doden waren in die vier plaatsen gevallen. In Ede-Zuid, in de buurt

van de Parkweg, vielen 69 doden. Cocky Boter-Vervark is daarbij wonderlijk gespaard gebleven. In Arnhem viel de kerktoren van de Eusebius door het dak op het koorgedeelte van de kerk.  Als wij die vredige Ginkelse Heide overzien, kun je plotseling dankbaar zijn voor de inspanning hier gepleegd om het gevaarlijke werk van bevrijding te verrichten, waardoor wij vrij kunnen gaan en staan waar we willen.

Die operatie moest een aantal cruciale bruggen over de grote rivieren van Nederland in handen van de geallieerden brengen voor een snelle opmars richting Berlijn.
Daarom werden op 17 september bij Eindhoven, Nijmegen en Arnhem ongeveer 35.000 para’s gedropt. Deze eenheden hadden de taak de bruggen te veroveren en vast te houden totdat ze werden afgelost door de grondtroepen die vanuit België naar het noorden optrokken. Ondanks een van de grootste luchtlandingacties ooit – bij Arnhem, Groesbeek en Eindhoven – bleek de Duitse verdediging te sterk.

Op 20 september lukte het de geallieerden om de brug bij Nijmegen te veroveren. Manschappen staken in canvasbootjes onder zwaar vuur van de Duitsers de Waal over en wisten, met grote verliezen, de spoor- en verkeersbrug te veroveren. Deze Waaloversteek wordt nu wel door het Amerikaanse leger als een van hun meest heroïsche daden beschouwd. Maar tegen de tijd dat de brug in geallieerde handen was, waren er niet genoeg grondtroepen beschikbaar om meteen de aanval richting Arnhem in te zetten. Op 25 september 1944 stokte ‘Operation Market Garden’ tijdens de verwoestende slag om Arnhem, met veel slachtoffers en een stad in puin. De geallieerden bombardeerden tenslotte de fel bevochten Rijnbrug in Arnhem om de Duitsers te beletten de Betuwe in te trekken. Die brug heet nu de John Frostbrug.

Het herdenken doen we dit jaar onder het motto: ‘Samen herdenken we thuis’.

Met dat doel heb ik het nieuwe boekje van Maarten van Rossem aangeschaft.

Met zijn gebruikelijke flair vindt hij de Operatie Market Garden “een idioot plan”. 

Nu lijken mij Eisenhower, Churchill en Montgomery intelligente mensen.

Ze hebben het taaie verzet van de Duitsers onderschat, vindt van Rossem.

De troepenaanvoer stagneerde en de bombardementen waren niet precisie genoeg. Dat kan allemaal waar zijn. Maar de luchtlandingactie was geen kinderspel – het was een grootse en belangrijke operatie.

Toch is zo’n hele operatie mensenwerk – met ook menselijke trekjes van afgunst en tegenwerking. Verschillende inschattingen van de leidinggevenden spelen ook een rol. Och, en zou misschien de meedogenloze strijd van de kant van de Duitsers niet veel eerder de hoofdoorzaak zijn van het mislukken. De tien geboden kennen niet voor niets de regel “Gij zult niet doden”.

Je kunt niet alles gooien op tactiek en inzet en hoeveelheden soldaten en wapentuig.

Onderhandelen over vrede kan pas, als blijkt dat de posities van beide partijen gaan glijden. Natuurlijk wil de heersende partij niet wegglijden. Maar na de ongekend grote landing op Normandië (6 juni ‘44) hielp Market Garden wel mee aan het wegglijden van het Derde Rijk van Hitler. Dat wegglijden is onmisbaar voor een vruchtbare vredesonderhandeling. Aan dat gezichtspunt wil ik graag vasthouden.

En dan is er nog dat psalmvers, dat me altijd weer door het hoofd speelt:

 “Laat Israël nu zeggen blij van geest:
Indien de HEER niet bij ons was geweest,
toen vijandschap rondom was opgestaan, 

indien de HEER niet bij ons was geweest,
Hij, onze hulp, wij waren lang vergaan.” (Psalm 124:1, berijmd)

Ds. Wim Scheltens