Houd dan de lofzang gaande

We leven in een rare tijd. 

Die gemeenplaats is al vaak gehoord. 

Maar het is niet minder waar.

In het Reformatorisch Dagbad van 20 mei 2020 lees ik een interessant artikel over een onderzoek naar vochtdruppels bij zingen en bij muziek door blaasinstrumenten, zoals trompet en dwarsfluit. 

Kortom, hoe riskant is zingen in coronatijd? 

We gaan ervan uit, dat buiten de luchtcirculatie eerder helpt de coronavirus weg te blazen dan in een ruimte binnen. 

De Duitse hoogleraar Christian Kähler zocht het uit, hoe het binnen gaat.

Hij is als aerodynamicus verbonden aan de Bundeswehr Universiteit München.

Volgens hem is hij wereldwijd de eerste die experimenteel onderzoek heeft gedaan naar de verspreiding van vochtdruppels door zangers en blaasinstrumenten. 

Dat is belangrijk voor het al of niet laten meedoen aan de gemeentezang in de kerk.

Voor zijn onderzoek schakelde hij professionele en amateurzangers in en ook mensen met een blaasinstrument. De luchtbewegingen en de druppeltjes bracht hij in kaart met behulp van een laser en digitale camera’s. Uit de experimenten bleek dat er op een afstand van een 0,5 meter van de zanger nauwelijks luchtbeweging plaatsvindt. Het maakt daarbij niet uit hoe hard of op welke toonhoogte er wordt gezongen. Ook ademhaling vanuit de buik of de borst maakt geen verschil.

Bij  het type instrumenten ontdekte hij  verschillen. Koperen instrumenten, zoals een trompet, brengen lucht maximaal 0,5 meter in beweging. Klarinet, hobo en fagot veroorzaken een luchtbeweging van ongeveer 1 meter; een dwarsfluit nog meer. Prof. Kähler adviseert een zijden of papieren doek aan de opening van een instrument te bevestigen, of een scherm (”popscreen”) te gebruiken. Dit zorgt voor minder luchtbeweging en dus minder verspreiding van mogelijke virusdeeltjes.

Zijn zingen en musiceren daarom veilig als je minstens 0,5 meter afstand houdt? Nee, zo eenvoudig is het niet, zegt prof. Kähler. „Houd een gespreide opstelling aan, met veiligheidshalve minstens 1,5 meter afstand tot degene naast je, en 3 meter tot degene voor je.”

Aerodynamicus prof. Christian Kähler (Foto: RD)

Maak alleen gebruik van een grote ruimte met een hoog plafond, adviseert hij. „Mensen zijn warmer dan de ruimte, dus de lucht die je uitademt stijgt op. In een hoge ruimte kan de lucht zich mengen en verdunnen.”

En zorg voor frisse lucht. Ultrakleine virusdeeltjes die in de lucht zweven, worden daardoor verdund en afgevoerd. Tegelijkertijd raadt prof. Kähler het gebruik van ventilatoren voor verkoeling af. Die veroorzaken namelijk een luchtstroming waardoor uitgeademde lucht van een besmette persoon dicht bij zijn buurman kan komen. Anderhalve meter afstand houden is dan mogelijk niet meer voldoende.

Een ruimte met een groot volume en aanvoer van frisse lucht zijn belangrijk omdat virusdeeltjes niet zomaar verdwijnen. Prof. Kähler:  “Druppeltjes bewegen met de luchtstroming mee. Na een fractie van een seconde verdampen ze, afhankelijk van de grootte. Wat overblijft, zijn de virusdeeltjes en een beetje zout. Experts gaan ervan uit dat dat restant niet besmettelijk is, al weten we het niet zeker. Die deeltjes zakken niet naar beneden maar blijven in de ruimte rondzweven. Na langere tijd kunnen die dus een ruimte opvullen.”

In maart 2020 is in Canada al ontdekt, dat vochtdruppeltjes die vrijkomen bij hoesten wel 8 meter ver kunnen komen. Hoesten en niezen sturen die druppeltjes als een raket met grote snelheid door de ruimte; en bij zingen gebeurt dat niet.

Wat ik hier uit opmaak is: 

1. we hebben een hoog plafond nodig; die hebben we in onze kerk. 

2. anderhalve meter naast je vrij houden en drie meter voor je vrijhouden, als je zingt. 

3. blaasinstrumenten doen we even niet.

Dan is mijn conclusie: als we ons aan de voorwaarden hierboven houden, kunnen we ook zingen. De lofzang gaande houden is een advies en oproep in Psalm 107: 

“Gods goedheid houdt ons staande zolang de wereld staat! 

Houd dan de lofzang gaande voor God die leven laat.”

Met zingen belijd en beleef je het geloof met je mond en gemoed weer op een andere manier dan dat je alleen met je oren luistert naar gesproken woord. De muziek draagt ook verder. 

Mijn voorstel zou zijn: laten we ons beperken tot twee liederen per dienst in de loop van juni, juli en augustus.

Dan kunnen we verder luisteren naar (eerdere) opnamen van onze eigen zangmensen en Nederland Zingt. Mee neuriën en binnensmonds meezingen kan altijd ook.

Ds. Wim Scheltens