Jeruzalem

President Trump heeft Jeruzalem als hoofdstad van Israël erkend.

Dat is bij velen in het verkeerde geelgat geschoten.

De oude stad van Jeruzalem;

 met op de voorgrond de gouden Rotskoepel op de Tempelberg;

en achter de zilveren koepel met de Heilige Grafkerk, 

waarin ook de rots Golgotha is opgenomen.

De president sprak niet over een ongedeelde hoofdstand of zoiets, maar enkel en alleen over de hoofdstad. Kritische commentaren zeggen: Trump doet dit niet voor Israël of de Palestijnen, maar alleen voor zichzelf, zodat hij tenminste weer trots kan zijn over een verkiezingsbelofte, die hij waar maakt.

Ik hoorde Trump letterlijk zeggen: “deze beslissing is in het belang van de Verenigde Staten en het najagen van vrede tussen Israël en de Palestijnen.”

Zou hij dat werkelijk menen? Je weet het niet. Het is voor een groot deel toneelspel.

Trump ziet zijn eigen optreden als een sterk A-merk. Hij bekijkt het commercieel en niet diplomatiek.

Maar nu de andere kant: het lokt buitenproportionele kritiek uit.

Je kunt wel zeggen, dat Trump een lucifer aansteekt bij een kruitvat.

Maar Trump heeft dat kruitvat niet gemaakt. De overdreven reactie is tekenend voor de spanning, die eenzijdig opgevoerd wordt van Palestijnse en Arabische kant – die zijn dus weer dichter bij elkaar gekomen hierdoor. Voor hoelang? Voor een paar dagen, schat ik, want de Palestijnen hebben van hun broedervolken onder de Arabieren niet veel te verwachten. Als het tegen Israël gaat, zijn ze broeders, maar als het om elkaar gaat, dan zie je weinig broederschap.

Waarom ik dit allemaal zo opnoem?

Omdat het erkennen van Jeruzalem als hoofdstad van Israël al lang geleden gebeurd is in het congres van de VS. En omdat de daadwerkelijk verhuizing van de ambassade van VS naar Jeruzalem nog jaren op zich laat wachten en dan zit er misschien een andere president en kan de vlag er weer anders bijhangen.

En: omdat allerlei landen in Jeruzalem een consulaat hebben, dus al in Jeruzalem vertegenwoordigd zijn.

En ik heb nog een reden om deze column te schrijven. Het is overduidelijk, dat antisemitisme een diepere oorzaak heeft dan een mogelijke ambassade in Jeruzalem.

Daar hebben we in Europa ook last van. Een restaurant aan de Amstelveenseweg in Amsterdam is vreemd getroffen: een man met een Palestijnse vlag sloeg daar donderdagochtend met een houten knuppel de ruiten in, en hij trapte de deur in en kwam met nog een extra vlag weer naar buiten: een Israëlische vlag – uit het restaurant. De politie was er snel bij, maar kreeg geen contact met hem. Er was versterking nodig. Later moeten we geloven, dat de betrokkene, een Palestijnse vluchteling uit Syrië met een tijdelijke verblijfsvergunning in Nederland, helemaal geen antisemitische gevoelens heeft. Hij is juist blij met de diversiteit in geloven naast elkaar in ons land. Maar de onbesuisdheid op film vastgelegd dan? Twee politieagenten kunnen de agressie niet eerder remmen dan op het moment dat hij uit het restaurant komt en met pepperspray tot verzwakte fysieke mogelijkheden wordt gedwongen.

 

Jeruzalem heeft oude papieren: koning David woonde er al.

Er moest een tempel komen en pelgrims moesten drie keer per jaar naar die tempel in Jeruzalem komen.

Jeruzalem heeft een naam gekregen van vrijheid en bevrijding en uitredding en geborgenheid. En dat niet op eigen kracht maar dankzij de God van Abraham, Isaak en Jacob. Die godsdienstige, gelovige kant zit ook aan Jeruzalem vast. Zoals ook de moslims hun beleving hebben.

Dat kun je allemaal los weken en seculier maken. Maar in de draai die je dan maakt, kun je zomaar uit de bocht vliegen.

Wat maak je dan eigenlijk klaar, als je de eigenheid van de gelovige band van God met Israël losser maakt?

Wie heeft het recht om de eigenheid van Jeruzalem en Israël te ontkennen?

Blijft het punt van diplomatie. Trump had wel een soort argument: de afgelopen jaren met voorzichtig om de hete brij heen draaien hebben ook geen resultaat laten zien. Misschien dat er nu wat geforceerd wordt. Maar als de deuren dichtklappen en men geen gesprekken wil, dan is een oplossing nog niet voorhanden.

En wij kunnen van deze situatie leren.

Zorg ervoor, dat de deur niet potdicht blijft, maar raak weer aan de praat met elkaar.

Jezus gebruikt in Johannes 10:9 dat beeld van die deur ook: “Ik ben de deur: wanneer iemand door mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden.
En zo komen we weer bij David met zijn grazige weiden uit Psalm 23.

Hoe je het ook wendt of keert. Je komt het geloof in God steeds weer tegen, als je oog voor hebt.

Ds. Wim Scheltens