Kerkverlating door zich niet thuis te voelen in de kerk

In het Nederlands Dagblad van 16 november 2019 is er aandacht voor een studiedag over kerkverlating. Er zijn meer mensen die de kerk verlaten dan erbij komen. Wie zijn de kerkverlaters? Waarom gaan ze weg en wat zegt dat de kerk? Over die vragen is tijdens de studiedag nuchter, realistisch en toch ook hoopvol gesproken.

Dat het thema kerkverlating kerkmuren overstijgt, blijkt wel uit de partijen die met elkaar samenwerken voor deze studiedag. De dag is georganiseerd door het studieplatform Weetwatjegelooft, een samenwerking tussen de Viaa Gereformeerde Hogeschool in Zwolle en de theologische universiteiten in Kampen en Apeldoorn. Daarbij zijn de Protestantse Theologische Universiteit  en het Baptisten Seminarium ook gevraagd om mee te doen.

hthus (= vis) als beproefd symbool

Er is vooral begrip voor kerkverlaters. Hun verhalen worden gehoord, hun overwegingen serieus genomen. Volgens onderzoeker en theologiedocent Hayo Wijma vertellen al die vertrekkers dat ze zich ontheemd voelden in hun kerk. 

Dat geldt voor jongeren én ouderen die de kerk verlaten. Als er een overgangsfase in hun leven komt, zoals de geboorte van kinderen, een verhuizing, of kinderen die het huis uit zijn, dan kan de kerk voor hen geheel op de achtergrond raken. 

Ook bijzonder hoogleraar christelijke pedagogiek in Apeldoorn, Bram de Muynck, vertelt over de waarde van een thuisgevoel voor de kerk. ‘Dat is een noodzakelijke voorwaarde. Vergelijk het met een griepvirus. Dat kun je meedragen, maar het maakt je pas ziek als je te veel stress hebt, ongezond eet en een slechte conditie hebt. Zo leidt dat gebrek aan een thuisgevoel pas tot problemen als er andere factoren in het spel zijn. Een conflict, een echtscheiding, of sterke intellectuele twijfel.’

Ik vind dat voorbeeld wat vreemd, alsof geloof een griepvirus is, die door een hartelijke gemeentesfeer onderdrukt wordt. Het geloof heeft juist de bedoeling diaconale vrucht te dragen in een goede sfeer van medezusters en medebroeders. 

Onmacht

Op de studiedag wordt gepleit voor een kerk waar verhalen mogen klinken over falen en over onmacht en over complexe vragen serieus genomen worden. Tja, we kunnen beter omgaan met mooie prestaties, waar we trots op kunnen zijn. Met onmacht weten we maar moeilijk om te gaan. Je kunt over onmacht niet opscheppen. Jou zou onmacht liever een beetje camoufleren of verdonkeremanen.

Nee tegen het Evangelie?

Stefan Paas zegt op de studiedag: ‘Kerkverlating laat zien dat mensen nee kunnen zeggen tegen het evangelie. Zo simpel is het.’ En dan wijst hij op de houding die Jezus aanneemt als mensen bij zijn prediking weglopen. ‘Jezus zegt niet: we moeten een nieuwe strategie bedenken, een conferentie beleggen. Nee, Hij keert zich om naar de mensen die zijn overgebleven, en vraagt hen op de man af: “Willen jullie ook niet gaan?” Waarop Petrus antwoordt: “Naar wie moeten wij gaan? U hebt de woorden van leven.” (Johannes 6:67-69).  Boven de deur van de kerk moet dus geen bord hangen met: kom snel binnen, maar liever: denk er nog eens goed over na, niemand dwingt je te blijven.’ Aldus Stefan Paas. Hij noemt nog twee Bijbelgedeelten: Job 1:5 en 1Korintiërs 7:12-14 Job bracht elke avond een offer voor zijn kinderen, omdat ze misschien wel gezondigd hadden zonder het te weten. Paas: ‘Er staat niet dat Job hen om toestemming had gevraagd. (…). Je kunt dus als priester aanbiddend verbonden blijven met je kinderen.’ In Paulus’ brief aan de Korintiërs wordt de vraag opgeworpen of een christen die getrouwd is met een niet-christen moet scheiden. Paas: ‘Paulus zegt: “Niet doen. De niet-gelovige is geheiligd in de gelovige, evenals jullie kinderen.” Al is er één gelovige in het gezin, dan is dat gezin geheiligd. Dat is voor ons, westerse en geïndividualiseerde christenen ingewikkeld. We snappen niet, dat God zich tot ons als gemeenschap verhoudt. In een geïndividualiseerde levensbeschouwing is kerkverlating een tragedie. Maar God heeft lijntjes met gemeenschappen. Dan kan kerkverlating pijn doen, maar dan is dat niet het einde van het verhaal.’

Opeens kan van alles boven komen

Of bij kerkverlating meteen heel het geloof is losgelaten, blijft de vraag. Dat zie ik wat anders dan Stefan Paas. Ja, de kerkgang en het kerkgevoel verdwijnen bijna geheel. En dan kan er opeens bij een trouwerij of een begrafenis weer van alles boven komen. Of tegen het einde van het leven, dat opeens als een soort geestelijk testament kan klinken in de kring van het gezin: Onthoud dit: God is goed! 

Dat zijn indrukken die ik in de loop der jaren heb meegekregen, die wijzen op een opmerkelijke mogelijkheid! 

Thuis voelen

De conclusie na zo’n studiedag kan zijn: we mogen elkaar helpen om ons thuis te voelen in de kerk. Want dat thuis voelen is een belangrijk punt om te blijven of om juist af te haken. Voor dat thuisgevoel speelt van alles mee: de sfeer in en rondom de kerkdienst, de inhoud van de kerkdienst, de plaats van menselijke verhalen en belevenissen, de voorbede en afwisselende muziek en liederen. 

Daarbij zal de inhoud van Gods Woord leidend principe blijven. Anders is de kerk geen kerk meer. Want de kern blijft: de Schriften worden gelezen en besproken. De Bijbel moet niet dicht blijven. En het recht verstaan van de Bijbelverhalen is een grote roeping in de kerk. Dat predikanten zich daarop toeleggen, is geen overbodige luxe. Dat God een lijntje heeft met de mensen is een bijzonderheid waar je niet zomaar uitgedacht over raakt. Het roept vragen op: ‘hoe gaat dat dan?’; en ook: ‘maar als mensen er niets van merken, dan?’. Juist over deze vragen kun je niet verder komen als de Bijbel dicht blijft. God laat niet varen het werk van zijn handen, lezen we. Hoe dat kan uitwerken gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Kunnen we die onmacht in ons niet maar het beste productief maken in voorbede en een attente houding en een verwachtingsvolle levensstijl?

Ds. Wim Scheltens