Koningsdag en voorbede

Afgelopen woensdag was ik in Amsterdam om voor te gaan in de Alle-Dag-Kerk. In de dienst deed ik ook voorbede voor de koning en zijn gezin en bad ook voor een zegen over de Koningsdag, vandaag dus. 

Ik bad ook voor de gezinnen van de vier inzittenden van de auto’s die op de A1 en A12 kort na elkaar verongelukten. Na de dienst vertelde een aanwezige, dat ze buurvrouw was geweest van één van de omgekomen jongens.

Interieur van de Engels Hervormde Kerk op het Begijnhof in Amsterdam

Van een aanwezige kerkganger kreeg ik een mailtje met de opmerking, dat zulke voorbeden bij de Jehovagetuigen niet zouden gebeuren, omdat een ongeluk een teken van de tijd is en de koning een misplaatste positie bekleedt als hooggeplaatste.

Twee reacties met een totaal verschillende emotionele lading.

En dat allemaal in één middagpauzedienst in een sfeervol kerkgebouw in de hoofdstad van ons land.

Dat kan gebeuren in een laagdrempelige dienst voor iedereen.

Eerlijk gezegd hecht ik meer aan voorbede dan aan tekenen der tijden.

Wat er gebeurt in de wereld, kan in de voorbede rechtstreeks een plek krijgen. En rond tekenen der tijden zit je altijd met de vraag, hoe interpreteer je wat er gebeurt?  Dat heb je met een voorbede niet. Daarbij leg je de pijn en de onmacht voor het aangezicht van God.

En over koningen en ander hooggeplaatsten, die “over ons gesteld” zijn, ken ik een mooi zinnetje uit de eerste Brief van Paulus aan Timoteüs: “Bid voor alle koningen en gezagsdragers, opdat we rustig en ongestoord kunnen leven, in alle vroomheid en waardigheid. Dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze redder, die wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen.” (1 Timoteüs 2: 2-4).

 Koning Willem-Alexander geeft op 12 april 2019 in Lemmer het startsein voor de zevende editie van de Koningsspelen. Het thema in 2019 is ‘water drinken’. De Koning onthult daarom een nieuwe watertap op het schoolplein van Christelijke Basisschool De Arke.

Als ik denk aan koningen en andere gezagsdragers, dan weet ik van verschillende soorten en maten. Een koning die heerst als slechte herder en die zijn schapen niet voedt maar als voedsel gebruikt. En er zijn goede herders: koningen die voor hun volk opkomen. 

In deze dagen van eind april en begin mei denk ik graag aan koningin Wilhelmina. Zij had een bewogenheid en geladenheid, die politici en diplomaten soms van slag deed raken. Ze overschatte wellicht de betekenis van Engelandvaarders, maar wist respect te tonen voor allen die zich niet zomaar wilden neerleggen bij een Nazi-Duitse overheersing van ons land. Koningin Wilhelmina zette de toon voor een waardige erkenning van verzetsdaden van mensen die geen held waren, maar om des gewetens wille niet anders konden. 

In onze koninklijke familie werkt dit door tot op de huidige dag.

Ook daarom vind ik Koningsdag een mooi verschijnsel en bid ik uit overtuiging om een zegen hierover.

En dan denk ik nog even aan dat zinnetje van Paulus. Daarin schrijft hij naast de oproept tot voorbede voor koningen en gezagsdragers nog iets – het is haast een bijzinnetje, maar wat voor een bijzin: “God wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen”. Die bijzin klinkt als een klok. Hoe vindt u dat?

Je kunt deze bijzin ook wel opvatten als een hoofdzin! 

Ja, een hoofdzin, waarin de doelstelling van kerk en geloof prachtig doorklinkt: gered worden en de waarheid kennen!

En daarbij denk ik ook aan een zinnetje uit het Evangelie, dat we vaak bij de doop aanhalen: verhinder de kinderen niet om bij Jezus te komen. 

Waarlijk, als je iets kernachtigs wilt weten over kerk en geloof, dan kun je met deze twee zinnetjes heel goed uit de voeten, want zo krijg je wel de kern op de korrel – reken maar!

 

Ds. Wim Scheltens