Mattheüs 2 : 1 – 8 (deel 2)

De wijzen bleven mij bezighouden. Pas na hun afscheid van Herodes zien ze ster weer. De hele reis niet, maar nu wel,  nu het erop aan komt. De ster gaat hen voor en blijft staan op de plaats waar het Kind is: een huis. Maria en Jozef hebben de stal (of de grot) verlaten en wonen in een huis. 

In het evangelie van Lucas lezen we dat Jozef en Maria met Jezus naar Jeruzalem zijn gegaan om volgens voorschrift het offer in de tempel te brengen. Op grond van Leviticus 12 weten we dat dit veertig dagen na de geboorte van Jezus is geweest. En het is voor de hand liggend dat ze daarna een betere behuizing hebben gezocht en gevonden. Waar dat huis stond? Ik vermoed in het gebied tussen Jeruzalem en Bethlehem, want in dat gebied laat Herodes, als de wijzen niets van zich laten horen, in zijn woede alle jongetjes onder de twee jaar ombrengen. Jozef krijgt van een engel de boodschap met Maria en het Kind naar Egypte te vertrekken en daardoor ontkomen zij aan de wraakactie van Herodes.

God is nauwelijks bij de mensen of er vloeit bloed. Een drama voltrekt zich. Ik vroeg me af hoe het zou zijn geweest als de wijzen meteen naar de plaats waren geleid waar Jezus zich bevond. Dan had Herodes van niets geweten en de kindermoord… ? Ik liep vast in mijn gedachten. Er zijn profetische uitspraken die duiden op de vlucht naar Egypte en op de ontroostbaarheid na de kindermoord. Ik dacht aan het symbolisch bloemwerk van de afgelopen weken: het verblindende licht van de engel plaatst de mensen die in de spiegel kijken in een werkelijkheid die groter is dan zij kunnen waarnemen. Mijn gedachten kwamen tot rust, omdat ik me realiseerde dat God de regie heeft. Het gaat mijn verstand te boven, maar dat ging het Zacharias, Maria, Jozef en de herders ook.

Sipke de Boer