Met Augustinus op reis

Afgelopen week heb ik mij wat verdiept in het boek Reizen met Augustinus*.

Augustinus noemt zijn leven voor de bekering rusteloos en na zijn bekering heeft hij rust gevonden voor zijn ziel in God. Hij zegt: “U wekt ons ertoe op er plezier te hebben U te loven, want wij zijn gemaakt naar U en onrustig is ons hart totdat het rust vindt in U”.

Alle gevoelens en emoties probeert hij te ordenen vanuit zijn geloven in God. Bij die bekering zijn een aantal oorzaken te onderkennen. Eerst is er de onvergetelijke moeder Monnica, die met haar zoon gesproken heeft over God en voor haar zoon gebeden heeft tot God. Die twee kanten van haar moederschap worden hier stevig genoemd. Dan is er bisschop Ambrosius, die in Milaan preekte over het Oude Testament vanuit een geestelijke en niet letterlijke uitleg. Zo is het spreken over de mens als beeld van God een geestelijk spreken en niet letterlijk. En het Oude Testament is geen boek vol aanstootgevende verhalen en onbegrijpelijke opdrachten. Dit slaat bij Augustinus aan. Vooral ook, dat Ambrosius stelt: de kerk geen opdracht geeft om dingen te geloven die niet te bewijzen zijn. En dan die kinderstem met dat ‘neem, lees’. En hoe hij in Romeinen 13 ontdekt: begeerten staan haaks op Christus. En hoe hij zijn communicatieve gaven mag inzetten om mensen te bezielen door Gods Geest. En hoe hij ervaart: Christus is de enige die ons zalig kan en wil maken.

Dat Jezus de weg, de waarheid en het leven is, speelt voor Augustinus een grote rol. Navolging is gaan op de weg van Jezus. Dat betekent: leven zoals Jezus het aangegeven heeft. Dat is niet: je verstand uitschakelen, zoals sceptici en critici vaak zeggen. Het is juist je verstand gebruiken om Jezus beter te begrijpen.

In een passage in het boek van dr. van den Berg wordt de kracht van het geloof omschreven bij het verwerken van het sterven van de moeder van Augustinus. Daar is zijn zoon bij en die huilt hartverscheurend. Maar hij wordt tot stilte gebracht. En waarom? “Want wij achten het niet gepast, haar sterven door weeklaag en gejammer te begeleiden. Daarmee pleegt men immers het ongeluk van een stervende te betreuren alsof deze geheel en al vernietigd is. Maar zij stierf niet ongelukkig. Zij stierf in het geheel niet.” Een vriend (Evodius) neemt de harp en begint met psalm te zingen en de anderen beantwoorden in wisselzang.

En zo wordt het verdriet ter hand genomen en gericht op de lofzang voor God.

Augustinus laat merken, dat het geloof niet in gevoel zit, maar in God, die vooruitzicht geeft. En dat vooruitzicht bepaalt heel het leven: op weg naar het hemelse Jeruzalem als pelgrim. Emoties worden ondergeschikt gemaakt aan het geloof in het einddoel van de reis. Augustinus kent de aanvechtingen van lichamelijke en geestelijke aard. Alleen de genade van God kan daartegen helpen. Kennis is ten dele en kennen zonder God leidt tot hoogmoed die blokkerend werkt. Deze gedachten zijn van groot belang in het pastorale contact dat de kerk mag kenmerken.  Dat het gaat om vertrouwen als pelgrim op de goede afloop van de levenreis.

 

Ds. Scheltens

 

P.S.: iedere zaterdag hoop ik voor onze website een column te schrijven.

 

* J.A. van den Berg, Reizen met Augustinus. De ‘Belijdenissen’ als gids voor pelgrims, Groen, Heerenveen 2012, 151 blz., € 12,50