Minder kerkbezoek en meer moskeebezoek

Moslims zijn de afgelopen jaren religieuzer geworden.

Dat nieuws is vanuit het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vrijdag 8 juni 2018 naar buiten gekomen. 

Dat blijkt uit groter moskeebezoek gedurende de afgelopen tien jaar.  Nederlanders met een Turkse en Marokkaanse achtergrond bidden vaker en de vrouwen dragen vaker een hoofddoek. 

Het tempelplein met de Rotskoepel; links de Lutherse Redeemer Church en rechts Heilige Grafkerk in Jeruzalem

Wellicht heeft dat met moslimhaat te maken. Die zou het moslimgeloof aantrekkelijker maken. 

Vooral Marokkaanse moslims gaan vaker bidden: 75 procent van hen bidt vijf keer per dag. Bij de Turkse moslims is dit 33 procent. Ongeveer 40 procent van beide groepen bezoekt ten minste wekelijks een moskee.

Meer dan driekwart Marokkaanse moslima’s dragen steeds vaker een hoofddoek: 78 procent zegt er een te dragen, tegen 64 procent tien jaar geleden. Ook bij jongeren is een toename te zien.

Moslims voelen zich vaak buitengesloten door een afwerende houding vanuit de Nederlandse samenleving.

Zo worden de moslimidentiteit en het horen bij een gemeenschap extra aantrekkelijk. Negatieve beeldvorming kan voor moslims stimulerend werken om zich verder te verdiepen in de kennis over de islam.

Ook in Iran en Jordanië zie je meer religieuze beleving.

Het SCP heeft vooral oog voor uiterlijke kenmerken van het geloof.  De vragen die gesteld worden gaan als volgt: ‘Draag je een hoofddoek?’; ‘Hoe vaak vast je?’. Dat zijn makkelijk meetbare gegevens

Toch zegt dit weinig over de beleving van het geloof zelf. Daar is een ander soort onderzoek voor nodig.

Dat lijkt mij nog veel belangrijker, zoals: de vraag naar Godsvertrouwen, roeping, geloofsverantwoordelijkheid, geweld  en ethiek, hulpvaardigheid en solidariteit ook buiten eigen kring.

Wetenschappers gaan er vaak van uit dat gelovige migranten die voor langere tijd in een overwegend seculiere maatschappij wonen, minder religieus worden. Bij moslims in Nederland gebeurt dit dus niet. De onderzoekers zien als oorzaak, dat de directe omgeving van veel moslims helemaal niet seculier is. Ze leven in hun eigen netwerk en komen daardoor nauwelijks op een open manier in aanraking met andere denkbeelden.

En nu het nieuws over de kerk: het kerkbezoek neemt af. Geloof gaat steeds meer samen met vragen zonder meteen ook de antwoorden. 

Christenen zijn de afgelopen jaren nauwelijks religieuzer geworden. Of het moet zijn in kleine gelijkgezinde groepen.

Kerk en kerkverband raken voor steeds meer mensen aan de rand en buiten beeld. 

Iedereen merkt dat in eigen omgeving en familie.

Dat is de moeite van deze tijd. Oudere mensen zien het verschil des te scherper: radio en televisie droegen allerlei christelijke thema’s aan. Nu wordt er gediscussieerd over de vraag of de publieke omroep nog wel aan religie moet doen.

Inlogknop

Juist ook die vraagstelling ’aan religie doen’ getuigt van minachting. Terug in je hok, achter de voordeur en de kerkmuren – liefst met inlogknop ver weg van het wereldwijde web. Alsof de religieuze beleving vaak niet zit in muziek, meditatie met goed gekozen woorden, aandacht voor de psalmen en Bijbelwoorden. Ik denk ook aan gespreksprogramma’s over thema’s als levensverwachting, omgaan met verdriet, met lijden, met tegenstellingen, met uitzichtloosheid en zinloosheid. Daarbij is de steeds weer terugkerende vraag: ‘wat kunnen we daar aan doen?’. En in die toespitsing zit nu juist het maatschappelijke gehalte. De bezieling van een samenleving moet het hebben van doorleefde ervaringen. 

Ds. Wim Scheltens