Omgang met de Bijbel.

 

‘Welke christen zal van zichzelf zeggen dat hij ‘Bijbelontrouw’ is?’ Die vraag lees ik in het Nederlands Dagblad van 9 oktober 2017. Daar staat een aardig interview met .prof. Henk van den Belt uit Groningen.

‘Bijbelontrouw’ zou dan staan tegenover ‘Bijbelgetrouw’.

En Bijbelgetrouw staat dan voor het serieus nemen van de Bijbel. Maar wat zeg je daarmee? Handhaaf je dan de straffen en breng je de offers en vier je feesten uit de Bijbel? Je kunt je afvagen of die term ‘Bijbelgetrouw’ wel nuttig is. Het gaat immers om de omgang met de Bijbel op een manier die bij jou past. Er zijn diepgravende mensen die aan stevige Bijbelstudie doen. En er zijn mensen die wat bemoedigd willen worden en lezen in een psalm of het evangelie of in de brieven van Paulus.

 

Bijbelstudie om dichter bij de heilsboodschap te komen

Het gaat in het interview over de plaats van de Bijbel bij de reformatoren. Hij vindt de gedachte ‘sola scriptura’ (alleen door de Schrift) een ongelukkige uitdrukking die heeft gezorgd voor een kwetsbaarheid in de reformatorische theologie. Want ‘alleen door de Schrift’ leidt snel tot biblicisme: te letterlijk Bijbellezen, los van de traditie van de kerk en het geheel van haar belijden. Van den Belt wijst op de zestiende eeuw: stromingen als de socinianen zeiden: omdat we de Drie-eenheid van God zo niet in de Bijbel aantreffen, verwerpen we die. Tegen zulk Bijbellezen, ieder voor zich en los van de christelijke geloofsleer, hebben de reformatoren zich verzet. Dan komt hij met een opmerkelijke gedachte, namelijk dat ‘sola scriptura’ geen reformatorische slogan is uit de zestiende eeuw. Die slogan is ontstaan bij de vierhonderdjarige Reformatieherdenking in 1917. Lutheranen in Amerika hebben het ‘sola scriptura’ op formule gebracht in reactie op de Schriftkritiek van de liberale theologie.

Van den Belt pleit voor een andere term: ‘Prima scriptura’; dat wil zeggen: de Schrift heeft het eerste en het laatste woord. Iedereen heeft rechtstreeks toegang tot God via de Bijbel. Theologen, de kerk, de preek helpen je om toegang te krijgen tot de Bijbel, maar ze komen niet in de plaats van de Bijbel. Als het goed is leiden kerk en preek je naar de Bijbel toe!

In de omgang met de Bijbel lijkt het mij toe, dat beide gedachten kunnen helpen. Alleen door de Schrift kom je echt goed op het spoor van Gods verbond met Israël en Gods Zoon Jezus Christus. De Bijbel is zo’n unieke bron met oorspronkelijke herkomst dat het onmogelijk is daar om heen te gaan, als je op het spoor van de God van Abraham, Isaac en Jacob wilt komen. In die zin heeft de Bijbel het eerste en het laatste woord.

 

Drie sola’s als denkkader.

Toch lijkt het me goed de drie sola’s vast te houden als denkkader. Alleen door het geloof (sola fide), alleen door de Schrift (sola Scriptura), alleen door de genade (sola gratia). Via geloof komt de zeggingskracht van de Schrift bij ons binnen en wordt het hart geopend voor Gods onmetelijke genade. Met andere woorden: de omgang met de Bijbel voedt ons geloof gevoed en laat de genade van God in ons doorwerken.

Prof. Van den Belt: “Er is altijd de mogelijkheid dat wij nieuwe ontdekkingen doen. Vorige generaties dachten misschien dat de Bijbel slavernij acceptabel vond, wij vinden vanuit het geheel van de Schrift dat daarvoor geen ruimte bestaat. Een mooi historisch voorbeeld vind ik de ‘ontdekking’ van het verbond in de tijd van de Reformatie: dat je door de kinderdoop wordt opgenomen in het verbond tussen God en zijn gemeente. Die gedachte was vóór de zestiende eeuw zo goed als onbekend. Om die lijn in de Schrift te zien, was het wegvallen van het kerkelijk gezag nodig.”

Omgang met de Bijbel kwijtraken.

Tenslotte iets dat mij uit het interview het meeste raakt.

Op de vraag of hij zich zorgen maakt over hoe kerken met de Bijbel omgaan, antwoordt hij: “‘Ik maak me meer zorgen om een generatie die de omgang met de Bijbel helemaal aan het kwijtraken is – door hun mobieltjes, de ontlezing, hun drukke agenda … “. Daarom gaan we in de kerk stug door met het openslaan van de Bijbel in de kerkdienst en op de catechese, op het huisbezoek en thuis. Doet u mee?

Ds. Wim Scheltens