Onderzoek naar christelijk denken en spreken in onze tijd over de hel

Steeds minder mensen geloven in een daadwerkelijke hel.

In het dagelijks taalgebruik komt het woord ‘hel’ regelmatig terug. 

Voor ex-moslims die christen worden is het leven in een moslimland een hel, want je bent je leven daar niet zeker…

Als er een aardbeving, een oorlog, een natuurbrand of een mensonterend vluchtelingenkamp ter sprake komt, zeggen journalisten vaak: een hel op aarde.

(Zoals vrijdag 10 januari 2020 in het dagblad Trouw een artikel staat ‘De hel van dagenlang dengue’ – dat is knokkelkoorts.)

Sixtijnse kapel Vaticaanstad (Rome): Laatste Oordeel (Michelangelo)

De gedachte van een eeuwige straf in een brandende hel is vandaag de dag voor veel christenen moeilijk te verteren. Hoe kan dezelfde God die Jezus gegeven heeft om zich met mensen te verzoenen, ook mensen naar de hel sturen? Is de traditionele interpretatie van Bijbelteksten over de hel wel juist? Wat staat er op het spel als we deze interpretatie loslaten?

Daarover komt in februari een studiedag. Voorafgaande is er een onderzoek naar de opvattingen hierover: welke rol speelt de hel in het geloof van christenen in ons land. Het blad ‘De Nieuwe Koers’ heeft de beschikking over een dergelijk onderzoek in 2004 en kan dus een vergelijking maken. Dan kan er een trend zichtbaar worden. 

Ik heb die enquête eens bekeken. Nu krijg je met zo’n enquête om in te vullen via het internet soms vragen en antwoordmogelijkheden, waar de nuance in ontbreekt. Dat is vaak met keuzemogelijkheden op een rij. Dat dan net jouw situatie of afweging er niet in past. Ik noem twee voorbeelden.

Geen bestemming voor mensen

Zo is er de antwoordmogelijkheid: “De hel is geen bestemming voor mensen: alleen wie gerechtvaardigd wordt in Christus ontvangt onsterfelijkheid. Voor wie niet tot geloof komt, is de dood het einde.”.

Waarom die laatste zin erbij komt, ontgaat me. Mooi is de gedachte dat de mens niet tot de bestemming komt in de hel, maar juist in de schepping of nieuwe schepping.

Dat de bestemming niet wordt opgebouwd met spaarpunten van goed gedrag, maar door de rechtvaardigmaking van Christus. Dat is voluit Bijbelse taal. Prachtig!

Ach en waarom moet dan dat zinnetje erbij over niet-gelovigen?


“Wie in Mij gelooft, zal leven, ook als hij sterft”; zegt Jezus tegen Martha in Johannes 11: 25. Maar wat wij niet weten, is wat God besluit te doen met mensen die niet geloven. In Openbaring 20 staat een heel boeiend geluid, namelijk, dat mensen die gestorven zijn een nieuwe kans krijgen om zich tot de goede Herder te wenden. Dan gaat het over de eerste dood en de tweede dood. Een mogelijkheid tot herkansing!

Ik denk aan een uitspraak van prof. Edward Schillebeeckx, die de hel noemde: het land achter Gods rug. Daar zie ik ook wel vragen bij. Want is er dan een plek in de schepping of in de herschepping waar God geen zeggenschap zou hebben? Dat daar geen regie van God zou zijn? Dat gaat me weer te ver. 

Staan te kijken

In de enquête via het internet zie ik nog een interessante antwoordmogelijkheid: “Ik denk dat God oneindig veel royaler is dan wij denken, we zullen er nog van staan te kijken wie er allemaal in de hemel komen! In de hel komen alleen de meest verstokte Godloochenaars.”

2e eeuw, wandschildeing, Cubiculo della Velata; 
Italië, Rome, Catacombe van Santa Priscilla

Weer vraag ik me af, waarom die tweede zin erbij moet. 

Die maakt het voor mij weer minder interessant, omdat dat oordeel over de zgn. “Godloochenaars” mij niet bevalt. Wij gaan daar niet over. 

Wij hebben de handen vol aan onze eigen verantwoordelijkheid. “Oordeel niet opdat ge niet geoordeeld wordt”, zegt Jezus in zijn baanbrekende Bergrede (Matteüs 7:1). 

Spreken over de hel is lastig, omdat niemand het precies weet. Dan ga je gissen of fantaseren. En eer je het weet, heb je een mening over Gods wil en werk gemaakt waarmee je Hem tekort doet. Laten we ons maar houden aan de oproep om God net zo serieus te nemen als Hij ons serieus neemt. En dat Jezus de goede Herder is, die ons niet wil krijt raken.

Eigenlijk vermoed ik dat de onderzoekers liefst willen, dat er uit het onderzoek de mening komt: “ongelovigen gaan naar de hel!”. 

Dat is een duidelijke oneliner. Lekker makkelijk. Maar zo makkelijk is het leven niet. In het volk Israël was niet iedereen even gelovig, maar iedereen hoorde wel bij het volk, dat als zodanig als gelovig functioneert of als volk afdwaalt.

Dat collectieve, gemeenschapsgerichte mis ik geheel in de vragen over de hel.

De vraagstelling past typisch in onze individualistische tijd.

En wat baat het een mens om te accentueren, dat je nog heftig geloof in de hel?

Je roept bij andersdenkenden een hoongelach op. Wat voor wervende waarde voor het geloof gaat er eigenlijk uit van het spreken over de hel? En waar is de solidariteit van de stille voorbede voor elkaar?

Hel en heil

Het verschil tussen hel en heil zit ‘m in die ene kleine letter “i”. En die letter is in de Bijbelse talen gelijk aan de letter ”j”. En dat is de eerste letter van de naam Jezus. 

Ik geloof liever in het heil van Jezus, de Heiland, dan dat ik als maar denk over de hel.

Ds. Wim Scheltens