Onopgeefbaar verbonden met Israël

Het heeft tot de jaren ’70 van de vorige eeuw moeten duren, eer de kerk oog heeft gekregen voor heet: ‘onopgeefbare verbondenheid met Israël’.

Toen het christendom de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk werd, drukte de kerk de joodse minderheid in de rol van de negatieve ‘ander’. Zo behoorden Joden niet bij ‘onze’ gemeenschap.

Door de eeuwen heen zijn er ook christenen geweest, die niets van dit anti-judaïsme moesten hebben. Augustinus bijvoorbeeld. En Bernardus van Clairvaux met zijn uitspraak: ‘Wie een jood aanraakt om hem te doden, is als degene die Jezus kwaad doet’.

Voor een tentoonstelling in Museum Sjoel Elburg 

heeft Bart Wallet een helder boekje geschreven.

Hoe ik daar nu zo bij kom? ‘Christendom en antisemitisme’ heet de leerzame tentoonstelling in Elburg (tot 6 januari te zien en mooi voor de herfstvakantie!). Zo heet ook het goed leesbare boek van Bart Wallet.

In dat boek (126 blz.) wordt een verdrietige geschiedenis verteld. Zo is er de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem (70 na Chr.). En de eerste christelijke Romeinse keizers worden belicht. Dan gaat het naar de donkere Middeleeuwen, waarin joden zeer geregeld het slachtoffer zijn van georganiseerde volkswoede. Uit deze tijd stamt ‘de verbeelde jood’, die waterbronnen zou vergiftigen, matzes zou bakken met het bloed van christelijke kindjes en vanwege ‘de moord op Jezus’ gedoemd was voor eeuwig rond te zwerven. De Reformatie maakte het er nauwelijks beter op: de nazi’s zouden later dankbaar gebruikmaken van wat Luther over joden had geschreven.

Er is genoeg om je voor te schamen, maar zo wil Bart Wallet niet met de gang van zaken en met ons omgaan. Hij wil bewustwording en een houding die leert van wat is geweest, opdat ‘t niet tevergeefs is geweest!

Bart Wallet, schrijver van het boek Christendom en antisemitisme

En wij als kerk in 2017? Ik zie één werkwijze, die hout snijdt: Bijbelstudie.

Wat ik geleerd heb van de Bijbelstudie in de psalmen en profeten is dit: Israël is een banier voor de volkeren (Jesaja 11:10), want hier koos de HEER zich vaste voet (Psalm 68) en de volkeren zijn welkom op de berg Sion (Jesaja 25) en alle volkeren mogen mee doen met de lofzang voor de Here God (Psalm 97: 6,7, Psalm 100:1 etc.). De volken zijn welkom bij Israël: in de tempel nota bene, die de Here God via Jesaja 56: 7 zelfs laat noemen: ‘Huis van gebed voor alle volken’. We worden ook nog welkom geheten in het burgerschap van Israël”, zoals Paulus dat noemt in Efeziërs 2:12. Kortom: de beweging die we zien is niet: ‘Israël naar de volken’; maar andersom: ‘de volken naar Israël’!

Wat zegt nu zo’n exegetische ‘vondst’?

Daarover heb ik zitten nadenken en ik zie twee resultaten.

1. De kerk heeft een missionaire roeping om de volken te bewegen de God van Israël te leren kennen: de God van Abraham, Isaak en Jacob, de God die Jacobs helper wil zijn, de Vader van Jezus Christus.

Als je die God beter leert kennen, wordt je in je hart aangeraakt om het burgerschap van Israël ‘aan te vragen’.

2. Je gaat zo het hier en nu en je eigen gedoe, ook je eigen kerk, niet het één en het al vinden! Zo kun je een egocentrische houding openbreken naar het andere, dat misschien ook goed is of zelfs beter wordt door jouw inbreng, als je tenminste je er naar toe beweegt.

Zo is die onopgeefbare verbondenheid een manier om te bewegen en niet stil blijven staan.                                                          Ds. Wim Scheltens