Oranjehotel is geworden: Nationaal Monument Oranjehotel

 

Afgelopen dinsdag op Prinsjesdag heeft onze koning aan het begin van de troonrede gezegd: “Vandaag precies 75 jaar geleden begon operatie Market Garden. Na jaren van knechting en tirannie kwam de hoop op een betere toekomst die dag letterlijk van boven, in de vorm van duizenden geallieerde parachutisten. Ooggetuigen die op 17 september 1944 de lucht boven Eindhoven, Arnhem en Nijmegen donker zagen kleuren, zouden dat beeld nooit vergeten. 75 jaar later lijken vrijheid, democratie en een sterke rechtsstaat vanzelfsprekende waarden. Maar wie de wereld beschouwt, realiseert zich hoe bijzonder het is te leven in een land waarin mensen zich veilig kunnen voelen. Waarin vrijheid samengaat met verdraagzaamheid en verantwoordelijkheidsgevoel. En waarin mensen nog altijd iets voor een ander overhebben.”

Parachutisten op de Ginkelse Hei

Vandaag komen Prinses Beatrix en Prins Charles naar de Ginkelse Hei in Ede om het historisch belang te onderstrepen van de Airborne luchtlandingen rond Market Garden, nu 75 jaar geleden. 

Voorafgaande aan die 75 jaar is verzet gepleegd en hulp geboden aan uiterst kwetsbare mensen die vogelvrij werden verklaard door een even meedogenloze als oppermachtige bezetter. Dat is voor mij al lang een indrukwekkend gegeven.

Daarom wil ik vandaag wijzen op het Nationaal Monument Oranjehotel in Scheveningen aan de rand van het dorp en het duingebied.  Met mijn opa heb ik daar vaak gewandeld. Het Oranjehotel in Scheveningen is een begrip: tal van politieke gevangenen in de Tweede Wereldoorlog hebben daar vast gezeten. Bijna was het negen jaar geleden gesloopt. Vrijdag 6 september 2019 heeft de koning het Nationaal Monument Oranjehotel geopend. De dodencel 601 is in tact gebleven. Hier zijn ontelbare brieven geschreven naar huis: “Als u dit leest, ben ik er niet meer….” Gruwelijk.

De neef van mijn schoonvader, Thies Jan Jansen, schrijft: “Deze morgen om half zes word ik gewekt om me aan te kleden en als jullie, mijn dierbaren, deze brief zult ontvangen, dan ben ik bij mijn Hemelse Vader om avondmaal te vieren met het Lam.”  

Wat een levenshouding!

Dodencel 601

Dodencel 601 neemt een centrale plaats in de tentoonstelling in. Op de muur in de cel zijn teksten gekalkt waaronder ‘De Heer vergeet zijn gevangenen niet’. 

Ook deze kant van de oorlog mogen we niet vergeten. 

Mensen die nog nooit van zijn leven hadden gebeden en werkelijk niet wisten hoe dat moest, hebben in het Oranjehotel leren bidden. Ze hebben gemerkt, dat het gebed een belangrijke plaats in kan nemen om rust te vinden te midden van wat het hart onrustig maakt. Godsvertrouwen is een mooi woord, maar om dat in je eentje te ervaren is lastig. Elkaar bemoedigen – dan weer als de één een krachtiger bui had en dan weer kon de ander bemoedigend uit de hoek komen.

In een artikel in het dagblad Trouw na de oorlog (25 augustus 1945) heeft de kerkhistoricus prof. Cloïn, pater in het klooster te Wittem (Limburg) een uitgebreide herinnering aan Thies Jan Jansen beschreven. In die herinnering vertelt hij, dat er een gaatje was gemaakt in de cel-muur en dat ze door dat gaatje ’s avonds tussen het wachtlopen door contact hadden en een avondgebed uitspraken – de ene avond  de gereformeerde diaken Thies en de andere avond de Rooms-Katholieke professor. Als de gereformeerde diaken aan het woord was met een vrij gebed en dan toekwam aan het Onze Vader, dan kwam de lofzegging ook aan bod: “Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid”. Daar luisterde de professor dan stil naar en hij genoot van die lofzegging, want hij dacht: ere wie ere toekomt, ere zij God.

Ds. Wim Scheltens