Over de campagne #doeslief

We zijn steeds minder aardig tegen elkaar. 

Dat gebeurt op straat, op sociale media en in het verkeer. 

De stichting Sire wil er nu voor gaan zorgen, dat Nederlanders weer wat vriendelijker tegen elkaar doen. Zo is er afgelopen maandag de campagne #doeslief begonnen om mensen bewust te maken van onbeschoft gedrag, zoals bumper kleven, caissières negeren en scheldpartijen op sociale media. Waarom gedragen mensen zich eigenlijk onbeschoft? Je kunt voorbeelden downloaden samen met een  #doeslief-pakket. 

Dat lees ik allemaal in het dagblad Trouw, de krant van donderdag 7 maart 2019.

SIRE wil Nederland aardiger maken

En in datzelfde dagblad lees ik in de krant van 6 maart 2019, hoe Stephan Sanders over het offer van Christus schrijft:  “Van Klaveren kan en wil niet geloven dat er ‘een moord’ nodig was, op Christus, om het christendom te laten beginnen. Ik kan mezelf alleen maar christelijk noemen, omdat het met die moord begint, met het mensenvlees, dat geslachtofferd wordt. Met het lijden, dat ook Gods Zoon heeft ondergaan.”

En ik zie tussen het een en ander wel een zeker verband!
Ik zal mij nader verklaren.

Stephan Sanders heeft in Trouw beschreven, hoe hij gelovig is geworden. Aan de hand van het Apostolicum – de christelijke geloofsbelijdenis uit de tweede eeuw die nog overal ter wereld wordt gebruikt – vertelt hij in een serie wát hij gelooft. Hij is aangeland bij de vierde regel uit die belijdenis (die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven; die nedergedaald is ter helle; op de derde dag opgestaan uit de doden). 

Stephan Sanders zegt ook : “De kern van het christendom wordt voor mij uitgemaakt door de aanname dat Christus én God is, maar ook volledig Mens is geweest, zoals wij allen. Van vlees en bloed. Christus is voor mij inderdaad ‘de Mensenzoon’, zoals de dubbelzinnige formulering luidt – zoon van God en zoon van de mensen. Christus als de ultieme handreiking van God aan ons stervelingen, zijn Zoon die God is en gewoon als mens heeft geleefd. En dus ook geleden. Met pijn en bloed en hartenkreten. Iemand die ook echt vermoord kon worden, ‘lijdbaar’ was. De latere, uitdrukkelijke toevoeging: ‘die geleden heeft onder Pontius Pilatus’ wil onderstrepen dat het Woord ook echt Vlees is geworden, mensenvlees.”

Ik vind het een goed leesbaar en mooi betoog van Stephan Sanders.

De toevoeging van Pontius Pilatus is trouwens ook een tijdsaanduiding (net als in Lucas 2 het noemen van de namen van keizer Augustus van Rome en van meneer Quirinius uit Syrië) tijdsaanduidingen zijn.

En de toevoeging van Pontius Pilatus is ook nog een aanduiding, dat Jezus gestorven is aan een Romeinse straf en niet aan een Joodse straf (steniging).

En nu de verbinding met ‘doeslief, wat een beetje rijmt op poes-lief.

Jezus leert in de Bergrede, dat we elkaar het beste zo kunnen behandelen zoals we graag zelf behandeld willen worden. Dat is een ‘gulden regel’, die in veel culturen aanwezig is. Wie Jezus serieus neemt, komt deze regel dus in elk geval ook tegen.

En omdat de meest elementaire regels van toewijding en trouw niet zomaar gemeengoed zijn in het menselijk gedrag, ontstaat er een groot probleem rond onrecht, afgunst, haat en nijd en misdaad.

Jezus als het lam Gods

Om die elementen, die in de Bijbel samengevat worden in het woord ‘zonde’, de wereld uit te krijgen, is Jezus het lam Gods geworden. Zo is Hij de weg van het offer gegaan. Om het met woorden van Jezus zelf te zeggen: “niemand neemt mijn lichaam, ik geef het zelf’ (Johannes 10:18). Dat zegt Hij in verband met zijn woorden: “Ik ben de goede herder, die zijn leven inzet voor zijn schapen”.

En juist omdat Jezus die zonde uit de wereld wil dragen, past de levenswijze van Jezus bij de actie ‘doeslief’: behandel elkaar, zoals je zelf behandeld wilt worden.

Dat haalt het onbesuisde en zelfs het onbeschofte weg uit ons gedrag.

Het gaat niet om wat je precies moet doen of niet mag doen. Het gaat allereerst om de  goede verhoudingen, die te maken hebben met vriendelijkheid, hartelijkheid, behulpzaamheid en voorkomendheid. Want in een samenleving houd je rekening met elkaar. Anders wordt het een grote chaos op straat en in de winkels en in bedrijven, scholen, ziekenhuizen en fabrieken…

In de kerk leren we, hoe deze houding wonderwel past bij de dankbaarheid voor de goede gaven, die we van de Here God ontvangen, zoals gezondheid, denkvermogen en capaciteiten. Als we daar meer oog voor krijgen, kunnen we het misschien nog aardiger maken voor elkaar.

Ds. Wim Scheltens