Over de laatste vrijheid

In zijn boek ‘Hel en hemel van Dachau’ schrijft ds. Overduin over de honger. En dat je in de verleiding komt om brood van een ander te stelen en gauw op te eten. Daarover kan dan een knetterende ruzie ontstaan. En Overduin zegt: als we ons als beesten gaan gedragen, geven we door onze houding Hitler nog zijn zin. 

In datzelfde boek wordt gesproken over avondmaal vieren. Dat je allemaal een stukje brood van jezelf uitspaart en dat aan je naaste buurman geeft, nadat de instellingswoorden zijn uitgesproken: neem, eet, gedenk en geloof…

In een barak in Dachau werd clandestien avondmaal gevierd.

Het gaat om de houding waarmee je je verhoudt tot omstandigheden.

Daarover lees ik in het Nederlands Dagblad van 15 mei 2020 in een gesprek met Reinier Sonneveld.

 “De laatste der menselijke vrijheden is de houding die we ten opzicht van de gebeurtenissen kunnen aannemen.” 

“Het is mogelijk tot je laatste snik waardig, grootmoedig en liefdevol te handelen.” 

Dat leert Sonneveld van een overlevende uit de Holocaust.  

Het liefdevolle en zorgzame merkt Sonneveld ook op bij Jezus aan het kruis: “vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen”; “moeder, zie uw zoon – zoon, zie uw moeder…” Dat zijn onuitwisbare indrukken, die we mee mogen nemen in onze geestelijke bagage.

De drie kruisen, ets (1653) van Rembrandt in het Rijksmuseum, Amsterdam

In het Evangelie naar Johannes (1:16) lezen we een opmerkelijke gedachte: “Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt.”

Daaruit mag je misschien wel afleiden, dat er naast het slechte ook het goede is.

Laat ik een voorbeeld noemen. In het begin van de maand mei komt de natuur heel mooi tot ontplooiing. In Glimmen hadden we een beukenheg om de tuin staan. Dat past daar wel aan de Beukenlaan. Ieder jaar weer kwamen die verse groene blaadjes voorschijn. Bepaalde struiken waren er altijd het eerst met hun ontwakende zacht groene blaadjes en één struik was altijd het laatst.

Begin mei is ook de herdenking van de gevallenen en op 5 mei de bevrijding en op 10 mei de herinnering aan het begin van de oorlog. Terwijl de natuur uitbundig is, is de geschiedenis van menselijk leed onuitwisbaar.

Dat komt zo samen. 

Daar doe je niets aan, je kunt het opmerken. 

Maar bij wat je opmerkt, bepaal je wel je houding.

Dat doe je zelf.

Daar kun je dus wat aan doen.

Je zou kunnen zeggen: er gaat meer goed dan fout.

Ook al schrijft de krant vaak meer over wat fout gaat.

Hoe ga je hiermee om?

Laat je jouw laatste vrijheid afpakken door de omstandigheden?

Door om je heen te slaan? 

Door af te kraken?

Laatst las ik van iemand, dat hij God zo dankbaar was, dat tijdens de heftige coronacrisis met huisarrest de zon zo uitbundig scheen. Dat hij in de tuin kon zijn.

En dat wij begrafenisdiensten in de open lucht konden hebben, is wel dankzij het mooie weer. Dat we niet in de kerk terecht konden, komt door die virus. Zo zijn de verhoudingen geworden deze weken.

Iemand zei trouwens: en als het regent, hebben we  nog wel een paraplu.

Die nuchterheid proefde ik niet bij iedereen.

Hoe verhoud je je tot omstandigheden.

Dat is een mooie vraag.

En de uitdaging is om je laatste vrijheid niet te verliezen.

Wist u, dat er iemand is, die iedere avond probeert drie zegeningen te vinden?
Soms is het moeilijk. Maar dat het licht er is, dat je weer gegeten hebt die dag en dat je een bed hebt. Dat zijn toch van die dingen, die je als zegeningen kunt meetellen. Of is dat te gewoon?

Psalm 103 zegt: vergeet niet één van zijn weldaden.

Je kunt het dus over het hoofd zien. Daarom adviseert David: vergeet het  niet, tel ze één voor één.

Johan de Heer zingt: 

Tel uw zegeningen, een voor een.
Tel ze alle en vergeet er geen.
Tel ze alle, noem ze een voor een.
En ge ziet Gods liefde dan door alles heen.

Ik denk nog even na over dat zinnetje bij Johannes: 

“Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt.”

Dat goedheid, schoonheid en licht toch door de dingen heen stralen.

Volgens mij is dat de Geest, die doorwaait en zo het stof wegblaast, zodat we niet muf worden. Dat wij ons goed voelen in die goedheid.

Ds. Wim Scheltens