Over een herder, die oorvijgen uitdeelt

Rond Prinsjesdag is er naast pracht en praal ook enig rumoer ontstaan over een controverse tussen fractievoorzitter in de Tweede Kamer Klaas Dijkhoff (VVD) en de R.K. aartsbisschop Eijk te Utrecht.

Eijk heeft kritiek op uitspraken van Dijkhoff op een partijcongres. De VVD’er heeft met enige voldoening kunnen constateren, dat de strijd van zijn partij gewonnen is: tegen de morele dominantie van de kerken in Nederland. 

De bisschop zegt in dat vraaggesprek: “Dat vind ik gewoon kleinzielig. Klaas Dijkhoff van de VVD zei laatst op een partijcongres: we kunnen de kerken niet verbieden, maar het is goed dat ze geleerd hebben een toontje lager te zingen. Waar een hyperindividualist als Dijkhoff het niet over heeft, is dat kerken een sociale functie hebben.”

In de media vallen ze over Dijkhoff heen: hij zou zijn brief niet op de website van zijn partij mogen zetten, hij schendt de scheiding van kerk en staat en wat al niet meer.

Mij valt op, dat een bisschop zich laat verleiden tot schelden in straattaal.

‘Kleinzielig’ is meer een gevoelswoord dan dat het duidelijk iets aanwijst.

Wie het woord ‘hyper’ als voorvoegsel bij individualisme gebruikt, wil kracht aan zijn beschuldiging geven zonder uitnodiging tot verdere gedachtevorming.

De bisschop schiet zo tekort als herder.

De bisschop deelt oorvijgen uit in plaats van een uitnodiging tot een verhelderend gesprek.

Waar gaat het nu  over?

De VVD is voor religie achter de voordeur. ‘Religie hoort achter de voordeur’ zei staatssecretaris Sander Dekker (VVD) van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in 2012. Ook bij het schrappen van het verbod op godslastering is door de VVD gesteld, dat religie achter de voordeur thuishoort. Die gedachte leeft heel sterk in liberale kringen. Dat betekent, dat geloof en geloofsbeleving in de publieke omroep en ook in politieke zaken niet erg gewaardeerd worden. 

 

Er is geen terrein, of Christus zegt: ‘Mijn!’ (Abraham Kuyper)

Dijkhoff heeft het over ‘de morele dominantie van de kerken’. Daar zit een pijnpunt en dat leeft ook bij D’66 sterk. Wie met ongelovigen, of te wel ’andersgelovigen’, praat herkent dat ook: “waar halen christenen het recht vandaan om zich superieur te voelen op het gebied van ethiek; ze zijn alleen maar aan het verbieden en anderen de maat te nemen.” 

Dat vind ik een niet te onderschatten verwijt. Ik ben geneigd te zeggen: christenen weten van normen en falen, van zonde, schuld en boete; moreel zijn ze geen spaan beter. Maar christenen weten uit de Bijbel, dat zorgvuldigheid, menswaardigheid en menslievendheid hoge ogen gooien in het Koninkrijk van God.

Wie van geschiedenis houdt, herkent dit verwijt ook in de Kamerdebatten met Abraham Kuyper. Ruim een eeuw geleden hadden de liberalen van toen diezelfde kritiek op Kuyper. En Kuyper? Die gaf geen krimp en bleef zijn sociale politiek ontlenen aan Psalmen, profeten en apostelen in de kring rond de Goede Herder.

  

Kuyper was mikpunt van allerlei spot.

Die geloofshouding in de politiek vind ik belangrijk om het diaconale aspect in de politiek levend te houden. Daarover is een gesprek met Dijkhoff heel zinnig te voeren. Ik kan niet vergeten, dat Dijkhoff als staatssecretaris op 9 augustus 2017 een bericht naar buiten  bracht betreft ‘afvalligen van het islamitisch geloof’ uit Iran. Die zouden niet meer worden teruggezet. Alleen dat besluit rechtvaardigt al, dat je Dijkhoff niet zo maar een hyperindividualist kunt noemen.

Oorvijgen uitdelen behoort niet tot de kerkelijke manier van werken. Uitnodigen tot een goed gesprek met ogen op elkaar gericht en oren open voor elkaar, zo heb ik geleerd in de startdienst 2018.

Ds. Wim Scheltens