Over een kerktoren en een cactus

Over een kerktoren en een cactus

Afgelopen week hebben we met een onderbreking een midweek doorgebracht in Zandvoort. Zo hebben we donderdag aan de kust mogen genieten van de warmste 24 oktober ooit gemeten in De Bilt: ’s middags 19,5 graden. We hebben het aan den lijve gevoeld en ervan genoten.

Al fietsend wijst Ria op de kerktoren in het dorp, die helemaal is ingepakt. Ze zegt: “omgeven van achteren en van voren”. Dat is een voorbeeld uit het grijze verleden. Dat voorbeeld heb ik ooit een keer bedacht bij Psalm 139, waarin staat dat God ons van achteren van voren omgeeft. Toen was net de Olle Grieze, de Martinitoren in Groningen, helemaal ingepakt in steigerwerk met een doek van jute of plastic eromheen.

Van verre kun je dan zien: er wordt aan gewerkt en de tand des tijds heeft geen vrij spel, want er is onderhoud – zo werkt God ook aan ons.

De Agathakerk in Zandvoort staat momenteel in de steigers;
de kerk is in 1928 gebouwd in de stijl van de “Amsterdamse School”
(foto van mij – op die donderdag gemaakt zodat je de blauwe lucht ook goed ziet).

Van de week is er ook nagedacht over de gedachtenis van een gemeentelid. Ze heeft het organiseren in de vingers gehad en vrijwilligerswerk is heel lang aan haar goed besteed geweest. De keerzijde is er ook geweest; niet altijd even vriendelijk en gezellig. Anderen helpen is haar tweede natuur geworden. Geholpen worden is tot op het laatst lastig geweest voor haar. Dat is een bepaald soort onmacht. Dat hoort soms ook bij een mens. Niet alles gaat altijd even vlekkeloos, immers!

En dan komt Ria met het voorbeeld van een cactus. Daar zitten stekels aan, waaraan je je lelijk kunt bezeren. Wij hebben in de vensterbank een cactus gehad. En als je er per ongeluk te dichtbij komt, haal je zomaar je vinger of je hand eraan op – soms tot bloedens toe… En tot onze verbazing staat er op een dag een heel mooie bloem op dat stekelige plantje.

Cactus met bloem: 
je zou niet weten dat die cactus dat ook nog in zich heeft.

Dat is eigenlijk een hele ontdekking: aan een stekelige cactus kan zomaar een mooie bloem komen.

En zo kan het ook met mensen gaan. Dan houd je het niet voor mogelijk, dat er een bloem uit komt. Hoe is het mogelijk, en de kiem van die bloem heeft er altijd al ingezeten.

Als je zo tegen mensen aan kunt kijken, voorkom je ergernis en een maagzweer.

En volgens mij heeft Jezus zo geleefd, dat je met verbazing kunt ontdekken, hoe hij met lastige, kritische, onvolmaakte, stekelige en zieke mensen heeft kunnen omgaan. Hij heeft met die mensen altijd wel weer een weg kunnen gaan.

Het lied zingt: “Die wolken, lucht en winden wijst spoor en loop en baan, zal ook wel wegen vinden, waarlangs uw voet kan gaan.”

Zo kun je door een associatie een verbinding leggen naar het gewone leven van een kerktoren en een cactus en dan opeens op het spoor komen van het leven met God.

Ds. Wim Scheltens