Over Lichtdragerschap

 

Het kerstproject 2018 van de kinderen heeft de naam meegekregen: Lichtdragers van God. Jezus zegt als Licht der wereld: ‘jullie zijn het licht der wereld’. Daar heb ik vaak aan gedacht. De Lichtdrager inspireert tot lichtdragerschap.

En hoe lukt dat eigenlijk?

Molen en kerken – zicht op Hasselt (Ov.)

Als je aan het Sociaal en Cultureel Planbureau denkt, wordt het niks met dat lichtdragerschap.

Ik bedoel het nieuwe rapport ‘Christenen in Nederland – Kerkelijke deelname en christelijke gelovigheid’. 

De rapporteurs maken wel enkele belangrijke opmerkingen:

1. Er zijn 6 miljoen Nederlanders aangesloten bij de 6 grote kerken;

2. Zo’n twee derde deel van de bevolking is gelovig christelijk opgevoed;

3. Zo’n 4 van de tien Nederlands noemt zich gelovig;

4. Atheïsten vormden een vierde deel van de bevolking;

5. De helft van alle Nederlander bidt wel eens;

6. De helft van alle Nederlanders vindt godsdienst belangrijk bij herdenkingen en bij een bijeenkomsten rond een ramp, bij de opvoeding en bij geboorte en overlijden.

(Huwelijksvieringen worden niet genoemd in dit rijtje.)

Niet God vervaagt: kijk op God vervaagt

God sterft niet, maar vervaagt, lees ik in het rapport.

Dat is een opmerkelijke analyse.

Daar wil ik wat over zeggen.

Allereerst is vervagen minder ingrijpend dan sterven. 

We zijn gewend aan de opvatting van Nietsche, dat God dood is.

Daarbij hoeven we die opvatting nog niet als een gewone uitspraak te beschouwen.

Dat God vervaagt, is geen analyse, maar een standpunt.

Dat het beeld van God vervaagt, dat kan een analyse zijn.

Als het beeld van God vervaagt, kan dat mede veroorzaakt worden door een fletse afstraling van de lichtdragers van het Licht der wereld. 

De lichtdragers zijn dan te weinig transparant, laten te veel licht achterwege.

Geen verlammende oproep!

En nu is het oppassen geblazen.

Je kunt de leger wordende kerken niet verwijten aan christenen, alsof die hun licht onder de korenmaat zouden steken. Wel is er gedurig bezinning nodig over de vraag, hoe we zo goed mogelijk kerk in de wereld kunnen zijn – ook met jongeren.

Als we de kerkleden belasten met de opdracht vooral lichtdrager te moeten zijn, anders loopt de kerk leeg, is dat een verlammende oproep.
Het is ook niet terecht, want er gebeurt veel in en rond de kerk.

Ik denk aan bezoekwerk, met elkaar meegaan naar het ziekenhuis, een pannetje  soep koken voor een ander, klussen, meewerken aan huisvesting. Noem maar op. De diaconie is er druk mee en velen werken met de diakenen mee.

In de kerk is het wel belangrijk, dat we aansprekend bezig zijn, dat de Bijbel een goede plaats heeft in de geloofsbeleving en dat de preek, de catechisatie en de gesprekskringen wel gaan over de Bijbelse thema’s, zoals genade, geloof, hoop en liefde, de komst van de Messias bij Kerst, verzoenend lijden en sterven bij Goede Vrijdag, opstanding uit de dood bij Pasen, komst van de Heilige Geest bij Pinksteren, verlossing, dat God je leven beschermt ook als je sterft, vergeving die mag leiden tot vergevingsgezindheid. 

Het is ook nodig, dat de bekende Bijbelgedeelten bij de christelijke feesten ook steeds gelezen worden en in de preek besproken. Het gaat niet alleen om nieuwe inzichten, maar het gaat vooral om de bekendheid te verstevigen bij vier generaties gemeenteleden en ook om trouw en toewijding te versterken. Juist omdat in die feesten de trouw en toewijding van God naar ons centraal staan. En zo wordt de kijk op God steeds meer helder.

Terugblik en vooruit kijken

We mogen terugkijken op een jaar, waarin veel goede dingen gedaan mocht worden.

We zien ook meer lege stoelen in de kerk. Het zou mooi zijn, als wij proberen de zondagse kerkgang een hogere prioriteit te geven. Hoewel lege stoelen een akelig signaal geven, de waarde van de Bijbelse boodschap en de betekenis van de kerk hangen daar niet van af. 

Eén van de dingen die ik in het begin van mijn studietijd in Kampen ontdekte, was de aandacht voor de uitspraak van Mozes: ‘je zult de meerderheid niet in het kwaad volgen’ (Exodus 23:2). Niet zozeer die tekst zelf, maar de doordenking van die tekst bracht ons er toe in een bespreking, dat een meerderheid nog geen grond is voor goed of kwaad. Een meerderheid kan het bij het verkeerde eind hebben. Een minderheid ook, trouwens. Voor het bepalen van wat goed is en kwaad, kan dus het verschijnsel meerderheid of minderheid geen doorslaggevend punt zijn.

Zo kan actuele bezinning op de Bijbelse boodschap je kijk op het leven verrijken.

Ds. Wim Scheltens