Overstap

Vanmorgen staan we stil bij de “overstap” van kinderen van groep 8 naar de middelbare school (in augustus), waarbij de periode van kindernevendienst wordt afgesloten. De kindernevendienst is voor kinderen van 4 tot 12 jaar. Dat is de hele basisschooltijd: 8 jaar! Kinderen vanaf vier jaar maken na de oppas een heel stuk van de kerkdienst mee: gemeentezang met orgel- op pianomuziek, voorbede voor zieke mensen en voor omstandigheden in de wereld, dankgebed voor Gods liefde en trouw, en om hulp voor mensen die verdrietig of alleen zijn. Ook maken ze mee, dat we stil staan bij het overlijden van iemand uit de gemeente. Ze maken mee, dat de Bijbel open gaat, ze zien, dat er heel veel andere kinderen ook in de kerk komen en veel oudere mensen. Dat maakt een onwisbare indruk op kinderen.

En nu de naam “overstap”: het is niet alleen een afscheid van de nevendienst, een afronding van een periode, maar het gaat ook om een nieuw begin: het luisteren naar de preek. Want dat is het nieuwe, dat kinderen na hun ca. 12de jaar onder de preek niet weggaan, maar blijven zitten en leren luisteren naar wat belangrijk is voor mensen van 12 – 98 jaar (in onze gemeente! – br. Broekhuizen uit de Honskamp hoopt die leeftijd woensdag te bereiken).
En dat brengt me bij een gedachte over de preek. Sommigen vinden die preek van ca. 20 minuten te lang en te moeilijk. In een preek gaat het niet om een lezing of een wetenschappelijk verhaal. Het gaat om een uitleg en toepassing van een bijbelgedeelte tegen de achtergrond van heel de Bijbel en van de kerk en haar belijdenis èn van de tijd waarin wij leven. Het gaat om inspiratie, bemoediging, kennis en beleving.

Waar komt de preekgewoonte toch vandaan? In de nieuwtestamentische gemeente is er altijd gepreekt. Van Jezus weten we, hoe Hij in de synagoge uitgaat van een schriftgedeelte om daar toepassing aan te geven. Heden is dit schriftwoord (voor uw ogen!) vervuld (Lucas 4). Na Pasen laat Jezus zien wat in de wet en de profeten en de psalmen op Hem van toepassing is (Lucas 24). Steeds wordt het verstand en het hart en gevoel aangesproken. Zodat je bemoedigd wordt om God lief te hebben met heel je hart, met heel je ziel en met heel je verstand.

Is het u wel eens opgevallen, dat nergens in het Nieuwe Testament de preek alleen maar functioneert als een aanvangsmoment van opwekking tot geloof, waarna die overbodig zou zijn? Het geloven is uit het horen en hoe zou men horen zonder prediker, zegt Paulus (Romeinen 10). Vóórtgaande prediking bouwt het geloof en de gemeente. Kun je na de zondags diensten zeggen: “Wij zijn op de dag des Heren gevoed in ons vertrouwen en gebouwd in ons geloof en ervaren dat als een zegen!”?

Als je dat op zondagavond kunt zeggen, raakt je aan de diepe zin van de verkondiging in woord en lied, gebed en lofprijzing. Ik hoop, dat jong en oud op dit spoor voortgaan.

Ds. Scheltens