Pasen 2003

In heel de Gelderse Vallei hoor je geen haan meer kraaien… Weer leeft er in de kringen van de landbouw grote spanning. De aardigheid raakt er van af. Je bent een taaie, als je die spanning nog kunt verwerken. De macht van het kwaad en de kracht van het bederf zijn druk doende. We kunnen er niet aan ontkomen.

Er zijn genoeg redenen om de vreugde van Pasen te laten luwen.
Er zijn vraagtekens mogelijk, zoveel als stenen van de kerk.

Pasen is iets heel persoonlijks voor Jezus.
Maar ook voor u, voor jou, voor mij.
Want er blijkt een weg te zijn door dood en pijn. De vrouwen en later de discipelen zeiden: Hij is doorgegaan, waar wij verslagen beleven staan – de dood kreeg Hem niet klein!

En nu een vraag: zou Jezus het een feest vinden om in de wereld terug te zijn?
Ik weet het niet zo. Onbegrip, ongeloof, onhartelijkheid, zelfgenoegzaamheid – zullen dat soort gevoelens van zoveel mensen Hem niet tegen staan?

Zo’n oorlog in Irak met per-ongeluk-doden.
Maar zou Jezus dan spijt hebben van het onder de mensen komen?
Ik denk van niet. Want Hij is doelbewust gekomen om voor eens en voor altijd duidelijk te maken, dat heel ons leven door God geschapen is en bij God blijft en terecht komt.
Liever meer tot dienst aan elkaar dan tot de strijd tegen elkaar, dat wel.

Opstaan, dat is het werkwoord, waartoe God uitnodigt, om niet bij de pakken neer te zitten.
In Israël kent men het gebed ‘laat ons niet optrekken zonder U, o Here’. Dat wordt met Pasen beantwoord: “Ik trek je overeind, Ik wek je op om verder te kunnen gaan”. In de kerk leeft stilletjes al eeuwen lang: in leven en sterven niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland.

Ds. Scheltens