Praten over Rembrandt

Gisteren was het precies vierhonderd jaar geleden dat Rembrandt van Rijn werd geboren in Leiden. Iemand zei afgelopen tijd tegen me: ik wist niet Rembrandt zoveel bijbelse schilderijen had gemaakt. En dan te bedenken, hoeveel prachtige etsen en tekeningen hij maakte over bijbelse personen en gebeurtenissen. Het moet wel zo zijn geweest, dat Rembrandt zich erg aangesproken voelde door de bijbelse verhalen.

Afgelopen week mocht ik een ‘gastles’ geven op een school voor moeilijk lerende kinderen. Men had gehoord, dat ik veel beleef aan Rembrandt. Of ik daarover aan die kinderen wilde vertellen. Dat was een uitdaging. Ik had enkele schilderijen uit boeken meegenomen.

Neem nu een prachtig schilderij over het kindje Jezus in de kribbe. Let op dat licht, zei ik. Het licht valt op de kribbe met het kind en straalt vervolgens daar vandaan de ruimte van die stal in. Het oog van de kijker moet eerst getrokken worden naar het Kind. Want daar gaat het om. En als je dat Kind ziet, dan zie je dat daar ook mensen bij zijn: Maria en Jozef en een herder en kijk, nog een herder en nog een herder en nog één, die stal staat vol met mensen. Maar dat zie je niet direct, je ziet eerst het Kind. En om Hem draait het allemaal.

Eén herder draagt ook lantaarntje. Het licht van die lantaarn is zwakker dan het licht uit de kribbe. En dat is maar goed ook: een lantaarntje is maar een lampje, maar het Kind is het Licht der wereld!
De moeilijk lerende kinderen leerden van Rembrandt helemaal niet moeilijk: ze begrepen Rembrandt meteen. Hij zette een toon, die de moeilijk lerende kinderen aansprak. Accenten, scherpe lijnen, tegenstellingen, helderheid, op de het doel af en op de man af. Ik denk: als je zo Rembrandt ziet functioneren, dan blijkt pas echt wàt een meester jarig was, zaterdag.

Over Abraham met het offer van Isaäk hebben we goed gekeken naar de engel, die de rechterpols van Abraham vastpakt, waardoor het dolkmes uit zijn hand valt. En het mes is nog niet ver onder die hand, dus Rembrandt wilde dat moment vastleggen en ons voorleggen. De kinderen volgden het moeiteloos.

Na de ‘gastles’ – zo hoorde ik van een leerkracht – was er een kind die nadeed wat ik had gezegd: als je een pen vasthebt en je pakt de pols van die hand stevig vast, dan valt die pen. De jongen deed het na en het klopte. En hij keek peinzend de klas in. Het klopt. Als je Rembrandt laat zien en de verbeeldingskracht gaat zo werken, dan voel je dat er iets aan de hand is. Iets moois, iets bijzonders.

Ik denk stilletjes aan die mooie zin diep in het Oude Testament: Mozes krijgt te horen dat God zijn oog heeft laten vallen op Besaleël (Exodus 31). Die krijgt de Geest van God voor wijsheid, vakmanschap en inzicht om een ontwerp te maken voor de tabernakel. Daar in die tent is immers de omgang met God geconcentreerd op zoenoffers, schuldoffers en dankoffers, vlak bij het heilige der heilige met de zevenarmige kandelaar. Daar zijn de cherubs aan het altaar, de vrijplaats voor schuldige mensen. Wat een kostelijke plek, waar eerbied, geloof, recht en barmhartigheid hun plaats krijgen. Gods Geest past daar bij!

Ik zie Rembrandt met zijn robuuste kunstenaarsleven in het licht van Besaleël: Gods Geest heeft hem bijzondere talenten gegeven. Dat je met moeilijk lerende kinderen schilderijen kunt bekijken, zodat de genadige God, die er in zal voorzien (zo zei Abraham tegen Isaäk) een stapje dichterbij komt: iedereen begreep, dat het lantaarntje van een herder niet meer licht moet verspreiden dat het Kind in de kribbe, want God Zoon is het Licht der wereld. Ik sta er nog steeds van te kijken. We mogen Rembrandt als evangelist eren, omdat Gods Geest ongetwijfeld op hem was. En denkt u nu niet, dat Gods Geest alleen bij Rembrandt is, want God is in zijn grote genade erop ingesteld, dat hij vele mensen met zijn Geest wil laten groeien in wijsheid, vakmanschap en inzicht. Hij heeft immers de wereld lief, het schepsel van zijn handen!

Ds. Scheltens