Preek als interpretatie

‘Een christen moet zich voeden met de traditie. Hij moet die school door, net als al die andere mensen uit de Bijbel. Hij moet zich laten gezeggen door wat hij gelezen heeft. Zo wordt hij volwassen. En dan met open ogen de wereld in en daar zelfstandig durven zijn, eigen keuzes durven maken.’

Aan het woord is Lambert Wierenga (85) uit Groningen, de stad waar hij Franse literatuur heeft gedoceerd aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Aan hem wordt gevraagd in het Nederlands Dagblad van 21 februari 2020: “Hoe luistert u naar de gemiddelde preek?”  

Om te zien en te voelen en niet alleen te horen:
‘Prentenbijbel’ met illustraties van Marijke ten Cate 
(Nederlands Bijbelgenootschap

Dat vind ik natuurlijk een interessante vraag!

Hij antwoordt: ‘Ik houd het vaak niet vol. De benadering “wat staat hier, en wat zegt dat ons” vind ik heel gemakzuchtig. Een preek moet interpretatie zijn van wat er staat, het is onze gezamenlijke leerstof. Zo moet een predikant zich een docent betonen. Ik houd van een solide preek die zo wordt opgezet. De boodschap, die verzin ik zelf wel, dat kan toch niemand voor mij doen.’

Lambert Wierenga is van huis uit vrijgemaakt gereformeerd. Zijn jongste boek geeft duidelijk aan hoe in het (kerkelijk) leven staat: Mens zoekt God. Een reconstructie. 

De uitgeverij heet veelzeggend: Dwars maar recht, (Groningen 2019. 260 blz. € 16,50). Geloven als zeker weten, spreekt hem niet aan. Dat is wat anders dan zijn achtergrond doet vermoeden. Dwars maar recht, dat past wel bij hem.

In zijn boek kraakt hij harde noten over kerkelijke vraagstukken. 

Hij vindt: bevestig zo snel mogelijk vrouwen in de kerkelijke ambten en geef homo’s een volwaardige plek. Dat Paulus schrijft over het zwijgen van de vrouwen heeft volgens hem niets met interpretatie te maken. ‘Dat is uit en te na geïnterpreteerd. Het is duidelijk wat Paulus wil. Maar daar moeten we ons maar even niks van aantrekken. We zijn volwassen mensen. Paulus kende onze maatschappij niet, wij wel. We hebben volwassen vrouwen, intelligente vrouwen, daadkrachtige vrouwen, vrome vrouwen, profiteer daarvan.’

Zo’n keuze mag je vrijmoedig en vol vertrouwen nemen zonder het te willen baseren op precieze Bijbelteksten, vindt hij. Dat is de vrijheid die je als goed onderrichte, geschoolde christen hebt. ‘Ik denk dat een christen als eerste open moet zijn, zelfvertrouwen moet hebben. Omdat hij weet waar hij het zoeken moet, en weet hoe hij zoeken moet.’ Tot zover de docent Frans, die in mijn ogen geen onzin verkoopt.

Een preek moet interpretatie zijn van wat er staat, het is onze gezamenlijke leerstof, zegt Wierenga. 

Eerlijk gezegd ben ik het daar mee eens.

… waarheen gij ook zult reizen…

Herhalen wat er staat geschreven en wat er is gelezen – nee, dat is niet zinvol. De tekst langs lopen om te bekijken wat er bedoeld kan zijn, is prima en dan komt het aan op interpretatie en een keuze maken wat je belangrijk vindt. En dan de lijn doortrekken naar deze tijd en naar het geheel van de Bijbel.

De preek mag ook iets van de actualiteit weergeven. Ook mag iets van de tijdgeest doorklinken, liefst in analyserende zin met een handreiking om er goed mee om te gaan zonder te betuttelen. In de preek mag ook iets van verbazing of verwondering doorklinken. 

De Bijbel biedt leerstof. En hoe ga je met die leerstof zo om, dat je er nog aardigheid aan krijgt ook?. Vaak hoor ik, dat je in een preek soms iets ontdekt van wat in een tekst staat, waar je eerst zomaar over heen hebt gelezen.

Bemoediging en oppeppers mogen ook in de preek te voorschijn komen.

Als de preek maar nooit loszingt van zoiets als het geloofsgegeven, dat in Psalm 32:4 zo sterk bezongen wordt: “Zo spreekt de Heer: Mijn weg zal Ik u wijzen,
u ziet mijn oog, waarheen gij ook zult reizen’.”

In de preek mag eigenlijk nooit voorbijgegaan worden aan de vertolking van Gods “ik”. Al was het maar de verwijzing naar het begin van de tien geboden: ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd…’.

Ik ben met u, niet tegen u. Ik schep, maar ook: Ik ben boos. En ook weer: Ik vergeef, Ik red. 

Ach, daar moet het van komen.

Ds. Wim Scheltens