Psalmen beschermen tegen de tand des tijds

Vanaf het begin heb ik in Contact zoiets als een psalmmeditatie geschreven.

In het nieuwe liedboek is het woord ‘psalm’ ondertitel geworden bij het liednummer.

Met ons beamerteam is afgesproken, dat wij de psalmen ‘psalm’ blijven noemen en geen ‘lied’ in de aankondiging.

Als je de psalmen wilt bewaren in de kerk, laat ze dan zélf spreken, zegt Wim Houtman in het Nederlands Dagblad van zaterdag 1 februari 2020. Het gaat over een onderzoek in de Christelijke Gereformeerde Kerken. Ze willen weten, hoe jongeren de psalmen ervaren. Wat blijkt? Ze vinden de berijmde teksten vaak moeilijk en de psalmen sluiten lang niet altijd aan bij hun geloofsbeleving. 

Gevoelswaarde

Een synodecommissie geeft als tip om in de kerkdienst bewust uit diverse berijmingen te putten – lettend op begrijpelijkheid, ‘gevoelswaarde’ en tekstuele kwaliteit. Dat brengt mij de opmerking, dat de oude berijming grotere afstand heeft tot het hedendaagse taalgebruik. En tegelijk wil ik opmerken, dat een psalmbewerking niet te ver af moet staan van de sfeer in de psalmen. De Nieuwe Psalmberijming is dichterlijk ijzersterk. Het is handig om af en toe een zinnetje uit de psalm aan te halen en toe te lichten. Een positief  woord over een psalmregel kan prima werken. 

Moshe Tzvi HaLevi Berger

Verschillende sferen

Nog een opmerking: een psalm herbergt vaak verschillende sferen en gemoedstemmingen. Jaren geleden ben ik het “Museum van de Psalmen” in Jeruzalem eens binnengelopen: een grote expositie. De kunstenaar op hoge leeftijd, Moshe Tzvi Berger, heeft me rondgeleid langs zijn schilderijen over de 150 psalmen. Tijdens die rondleiding vraag ik hem, of dat eigenlijk kan: één schilderij over een psalm, waarin zo vaak heel verschillende gemoedstemmingen ter sprake komen. Antwoord hij: “kijk goed, er staat onder ieder schilderij welk vers ik van de psalm heb gekozen om uit te beelden!”.

Wat ook in de kerkdienst mooi kan, dat is een psalmgebed met gezongen en gesproken delen. In het Psalmproject worden refreinen ingebracht in de berijming. Dat spoort vaak met de onberijmde psalm. En een preek over een psalm kan ook geen kwaad.

En doe je de psalmen – met al hun hoop en pijn, lofzang en klacht, hulpgeroep en overgave – recht als je ze allemaal op hetzelfde soort melodieën zingt, allemaal even hard en in hetzelfde tempo?

Als je de psalmen wilt bewaren voor nieuwe generaties, dan gaat het over méér dan of de berijming beter kan. Maak dan ook ruimte in een dienst om een psalm in z’n geheel door te werken – gezongen coupletten kun je afwisselen tussen twee helften van de gemeente, of met gelezen verzen, een voorzanger, of instrumentaal tussenspel met tekst op de beamer. Dan maak je het gesprek – het gevecht soms – van de psalmist met zijn God mee, word je er zelf onderdeel van. Of geef ruimte aan een tegenstem, een reactie vanuit ons leven nu, via een (opwekkings)lied of een eigen gebed. Kortom, laat de Psalmen spreken – om wat ze zelf zijn, niet alleen als versjes bij de preek.

Dit boek heb ik ooit gekocht in het Museum van de Psalmen (na wat afdingen)

Enkele voorbeelden

Graag noem ik enkele voorbeelden van sterke zinnen uit de (nieuwe) psalmberijming (1967), die veelbetekenend kunnen zijn voor de inhoud van je geloof. We hebben in Nederland een zeer hoogstaande psalmberijming, waar we zuinig op moeten zijn. En ook dat alle 150 psalmen berijmd zijn! Dat is ook niet overal in de wereld het geval.

In Psalm 89: 8 staat die prachtig geregel: “Gij, Here die de glans van onze sterkte zijt, geeft luister aan uw volk, en hoge heerlijkheid.”

De combinatie glans, sterkte, luister en heerlijkheid, geeft een stemming, die positief genoemd kan worden. Ook de zin daarop: “Uw welgevallen doet ons grote dingen wagen.” Dat is geen kleinzielige tekst!

Ontroerend sterk is de zin uit Psalm 121: 4 “Hij maakt het kwade goed, Hij is het die u hoedt”. Zo’n psalmregel kan heel je geloof samenvatten!

Net als het begin van Psalm 23: “De Heer is mijn herder, mij ontbreekt niets”, of ook te vertalen als: “Ik ontbreek niet”. Dat zijn kernachtige geloofsbelijdenissen.

Maar: je moet ze even tegen het licht houden en als tip aanstippen.

Mijn moeder heeft veel beleefd aan de woorden uit Psalm 4:4 “Ik kan gaan slapen zonder zorgen, want slapend kom ik bij U thuis”.

Mijn vader heeft zich aangesproken gevoeld door Psalm 91:1 (onberijmd) “Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, vernacht in de schaduw des Almachtigen.”

Dan gaat het om het geheim van de geborgenheid!

Graag denk ik aan Psalm 33: 7

“Heil hem, die hoopt in vrees en beven
op Gods genadig aangezicht.
Wie op zijn gunst vertrouwt zal leven,
God houdt het oog op hem gericht.
Ja, Hij kent de zijnen, Hij laat niet verkwijnen”.

Prachtig die rijmwoorden: “aangezicht” rijmt op: “op hem gericht”;  en “de zijnen” rijmt op: “niet verkwijnen”. Zo kom je op het spoor van wat geloven kan inhouden.

Sprekend is de inhoud van Psalm 32: 3 

“Gij zijt, o Heer, mijn schuilplaats en mijn haven,
Gij zult aan mij al uw beloften staven.
Wat mij benauwt, Gij stelt U aan mijn zij,
omringt met liedren van bevrijding mij !
Gij zult mij voortaan door uw trouw bewaken,
Gij zult mijn leven vol van vreugde maken.
Ik zal mijn weg lichtvoetig verder gaan,
Gij gaat mij voor, Gij maakt voor mij ruim baan.”

In dit jaar van 75 jaar bevrijding herdenken, is het veelzeggend, dat erover  gesproken wordt, dat ik omringd wordt met liederen van bevrijding. 

Ik omring me niet zelf, dat doet Hij! 

Dat God beleden wordt als: “mijn schuilplaats is en mijn haven”, klinkt persoonlijk en rijmt op: “Gij zult aan mij al uw beloften staven”. Dat klinkt inderdaad heel persoonlijk en wordt toegepast op jezelf. Geen wonder, dat je dan “lichtvoetig” kunt “verder gaan”, want God “maakt voor mij ruim baan”.

Omdat God mij met zijn trouw zal bewaken, zal Hij mijn leven vol van vreugde maken. Dat je veilig bent bij Hem en dat geeft rust en dat is vast geen saai leven!

Zo kunnen psalmen je aanspreken en op verrassende aspecten wijzen. 

Iemand heeft me ooit gewezen op Psalm 66:6 “Zou God mij hebben willen horen,

wanneer ik onrecht had beraamd? Maar Hij nam mijn gebed ter ore, Hij heeft mijn bidden niet beschaamd.”

Zou God voor plannen van onrecht Oost-Indisch doof zijn? En zou God, als we om zegen bidden dat dan wel horen en verhoren? Als we vloeken, houdt God zijn oren stijf dicht en als een lofzang zingen, opent Hij zijn oren wagen wijd? Zou het zo zijn? Of je hier dogmatiek van moet maken, weet ik niet. Toch geeft die psalm je te denken. Of niet soms! 

Tenslotte wijs ik graag op Psalm 27: 7

“O als ik niet met opgeheven hoofde
zijn heil van dag tot dag verwachten mocht !
O als ik van zijn goedheid niet geloofde,
dat Hij te vinden is voor wie Hem zocht !”

Let er eens op, hoe: ”opgeheven hoofde” rijmt op: “van zijn goedheid geloofde”

Dat is geen neergebogen, zielige sfeer. Kijk, hoe “verwachten mocht” spoort met: “dat Hij te vinden is voor wie Hem zocht”. 

Graag wil ik af en toe zo’n psalmregel even tegen het licht houden en proeven wat voor levenssfeer daar uit spreekt. Ja, dat is een prima advies: laat de psalmen maar spreken, want ze spreken voor zich… 

Ds. Wim Scheltens