Schoolkerkdienst 2017

In het kader van de voorbereiding van de schoolkerkdienst deze komende zondag zijn ds. Alex Nikijuluw en ik op donderdagmorgen op de school “De Wegwijzer”  geweest. Eerst naar een kleutergroep en daarna naar groep 5.

Dat is iedere keer weer een belevenis. De kleuters hebben een week lang hun handen vol aan dat ene verloren schaap. Maar dan hebben ze het ook goed in hun hoofd en de liedjes ook. Ze zingen uit volle borst:

“De herder heeft zich niet vergist,

de schapen zijn geteld.

Maar een klein schaapje wordt vermist,

dat dwaalt nog op het veld.

De herder neemt zijn stok en staf

en zoekt het overal.

Kwam er een wolf op ‘t schaapje af,

of maakte het een val?”

Voor wie het nog niet weet, dit Bijbelverhaal uit Lucas 15 heeft twee kernpunten:

1. de herder gaat rustig op zoek naar een schaap dat afgedwaald is van de kudde;

2. de andere schapen moeten even op zichzelf en op elkaar passen.

Zo eenvoudig kan het zijn. Zeg nou zelf, als de herder druk aan het zoeken is, kan hij niet tegelijk op de rest van de kudde passen.

Ik stel ook nog bij de kleuters de vraag: als je nou 100 schapen hebt en je houdt er 99 over, dan is dat toch nog heel veel? Waarom moet dat 100ste schaap er nu beslist bij? Omdat de herder dat laatste schaapje niet wil missen, zegt zo’n kleuter met een olijke blik in de ogen. Want niemand kan gemist worden en iedereen hoort erbij, beaam ik.

 

We zingen met gitaarspel van ds. Alex ‘Jezus is de goede herder’.

Opeens vraag ik: kennen jullie nog een beroemde herder, die ook nog koning is geworden en allemaal liederen heeft gemaakt, die wij psalmen noemen?

‘Jezus’ roept er een. ‘David’ zegt een ander plechtig.

Ik vertel, dat de beroemdste psalm van David is ‘De Heer is mijn herder’.

Ik vraag of ze ook thuis dieren hebben. Kippen, konijnen, vogels en vissen, katten en honden, alles komt voorbij. Ik zeg: voor die dieren moeten jullie goed zorgen. Anders gaat het mis. En zo zorgt Jezus goed voor jullie, anders gaat het mis.

We zijn ook bij groep 5 geweest – de verloren zoon komt in beeld: wil niet meer thuis zijn, beledigt zijn vader, minacht de boerderij van zijn vader, hij weet het wel beter. Geen makkelijke jongen. Is de vader boos? Nee, hij is wel verdrietig. En als de jongen aan de grond zit en niet meer weet hoe het verder moet, denkt hij aan huis, aan zijn vader. Hij denkt geen zoon van zijn vader meer te kunnen zijn, niet waardig genoeg. Hij belijdt zijn schuld. En vader veegt die bezwaren weg. De jongste zoon voelt: ik ben te kort geschoten in eerbied voor mijn vader. En wat merkt de jongen: zwaarder dan gebrek aan eerbied voor zijn vader weegt de liefde van de vader voor hem. Dat zal hij zijn hele leven nooit meer vergeten.

En die oudste zoon? Ds. Alex zegt: hij denkt te veel aan zichzelf. Ik denk, dat is meer zo, ook in onze tijd. En wat ook duidelijk wordt: als de vader een feest organiseert, dan hoort iedereen erbij.

Als God het Kerst, Pasen of Pinksteren laat worden, dan horen we er allemaal bij om feest te vieren, dat God ons nooit verlaat. Want missen wil Hij ons nooit of te nimmer.

Ds. Wim Scheltens