Stapel stenen

We hebben een minister van volksgezondheid die een ziekenhuis een stapel stenen noemt. Van alle kanten is hij daarop aangevallen.

Hoe komt zo iemand erbij om dat te zeggen?

Een ziekenhuis is allereerst een plek, waar je komt voor eerste hulp of voor onderzoek of voor behandeling of voor een operatie. Iedereen die daar komt als patiënt, is een beetje uit zijn doen. Wordt mijn kind wel weer beter? Wat zal er gebeuren, wat hangt er boven mijn hoofd. Word ik wel weer gezond?

Ik weet wel, uiteindelijk is een ziekenhuis net als een school en een kerk een gebouw van stenen, hout en glas. En als zo’n gebouw te oud en te krakkemikkig wordt, moet het opgeknapt worden of tegen de grond. Ik zal geen traan laten om de afbraak van het oude Juliana Ziekenhuis in Ede en het Diaconessenhuis in Bennekom, omdat er een nieuw ziekenhuis is gekomen met de Gelderse Vallei. En toch: ook ik heb in het Juliana en in Bennekom mensen bezocht. Daarvan herinner ik me sommige bezoeken nog levendig. We hebben samen gebeden. Daar zijn kinderen geboren en daarvoor is gedankt of gebeden – net hoe de situatie was… 

Want in een ziekenhuis kom je jouw kwetsbaarheid tegen.

Het voormalige Juliana Ziekenhuis aan de Stationsstraat in Ede

Als ik een ziekenhuis binnenloop, denk ik aan alle apparatuur en medicijnen, die pas kunnen werken als er mensen zijn die er goed mee om kunnen gaan. Dat is voor mij  een ziekenhuis. Waar mensen werken aan zorgvuldige zorgverlening. Waar mensen liggen of zitten, die zoeken naar een weg van genezing. En waar een gebed een natuurlijke bedding krijgt. 

Gezondheid is het hoogste goed voor veel mensen. Dat je daar de Allerhoogste bij aanroept, past eigenlijk wel.

  

 

Een ziekenhuis moet rendabel zijn, natuurlijk! En iets wat niet meer goed werkt, moet je opschonen, natuurlijk. Maar een ziekenhuis een stapel stenen noemen, dat kun je niet maken! Dan krijg je ook alle schijn tegen. Het Kamerdebat ligt de minister dan ook zwaar op de maag, zeg maar; een steen op de maag!

Dat komt ervan.

Want hoe zou het nu toch komen, dat een minister net doet, of hij dit allemaal niet weet?

Een ziekenhuis ontruimen is een hele klus.
Een bevallende vrouw, iemand met een dwarslaesie, een gestaag druppelende infuus, iemand die net bezig is de laatste adem uit te blazen. Wat een toestand.

Je vraagt je onwillekeurig af: zouden ze op zo’n ministerie van volksgezondheid nog wel weten waar het in de zorgverlening eigenlijk om gaat? Zo’n vraag krijg je onherroepelijk, als je begint over een stapel stenen.

Of heeft de marktwerking het gevoel vertreden?

Als dat zo is, dan is het goed als het gewone leven weer even in beeld komt. En het gewone leven is even kwetsbaar als kostbaar en dus beschermwaardig!

Het gewone leven is per slot van rekening een genadegave van de Heer van het leven, denk ik dan even.

 

Ds. Wim Scheltens