Synode van Dordrecht en de Dordtse Leerregels

In het Reformatorisch Dagblad las ik een artikel van ds. C. Sonnevelt, predikant van de gereformeerde gemeente te Alblasserdam. Tot mijn eigen verbazing las ik iets over de kern van de betekenis van de Dordtse Leerregels bij hem, waar ik het helemaal mee eens kon zijn. En ik maak me sterk, dat veel kerkleden van onze gemeente dat ook mee kunnen maken.

Waar gaat het over? 

Hierover: tegenover de vrije wil van de mens komt te staan de vrije, soevereine genade van God. Nadruk op die genade van God is vooral bedoeld tot verheerlijking van God. Zij is de doodsteek voor onze hoogmoed. Pas als je dat beleeft, is deze leer tot troost.

 

Ds. Sonnevelt komt te spreken over de ergernis van de remonstranten, die meer aandacht willen geven aan hun eigen verantwoordelijkheid.

Ds. Sonnevelt zegt: “Als het gaat over zalig worden, worden wij driemaal uitgeschakeld: in de verkiezing door God, in de verzoening door Christus en in de wedergeboorte door de Heilige Geest. Welk braaf mens zou dan niet woest worden? Het is pure genade als we het daarmee eens worden.”

Ik vind dat mooi gezegd. Alleen zou ik zeggen: we worden driemaal buiten spel gezet, door God de Vader bij de uitverkiezing, door God de Zoon bij de verzoening en door God de Heilige Geest bij de wedergeboorte.

Dat die hoogmoed van de mens een zetje krijgt, kan ook niet verkeerd zijn.

Van parmantig jezelf alsmaar gelijk geven wordt niemand vrolijk.

Van dat buiten spel zetten, zegt ds. Sonnevelt, wordt een braaf mens woest.

Maar, zo zegt hij, als je even rustig nadenkt, is het regelrecht een zegen, dat wij onze eigen zaligheid niet bij elkaar hoeven te sprokkelen.

Het wordt ons gegeven! En daarmee wordt het ons genadig gegund ook!

Dat kan veel meer voldoening geven dan dat je het zelf voor elkaar zou hebben. Want wat stelt dat voor elkaar hebben eigenlijk voor?  Wie bepaalt dat het voor elkaar is? En wie zegt, dat het stand houdt?

Veel mooier en indrukwekkender is het geheim van Gods genade, dat Hij heeft gegarandeerd met zijn liefde en genade, trouw en betrouwbaarheid.

Ik raak wat onder de indruk van 400 jaar synode van Dordrecht. Als je bedenkt, dat er toen geen treinen reden, geen auto’s waren en geen telefoon. Dat de pest er heerste en wie kregen ze in Dordrecht te logeren en waar kwamen al die synodeleden in huis? Het was wel een volksziekte, die pest.

Zondag is er viering van het heilig avondmaal. Dan ligt de tafel vol met brood en wijn en druivensap. Daar op die tafel is geen plaats meer voor het eigen gelijk en de prestatiedrang. Je komt bij de tafel van de Heer omdat je buiten spel gezet bent door die Heer tot heil van jou! Daar vallen we stil en leggen ons oor te luisteren om ons hart op te halen aan enkel zijn gunstbewijzen. 

Is daarmee alles gezegd? Ik dacht het niet. Want wat is ‘uitgekozen zijn door Gods genade’ anders dan een geschenk waarmee je bewust kunt kiezen tot een zorgvuldig leven? Wat is de verzoening door Christus anders dan een geschenk waarmee je verzoeningsgezindheid bij jezelf kunt voeden?

En wat is wedergeboorte anders, dan dat je voelt, dat de Heilige Geest je het hart in je lijf doet voelen kloppen tot gebed en dienstbaarheid aan een wereld in nood?

Zo komt via de avondmaalstafel de diaconale grondhouding tot stand: bid en werk!

En juist die samenhang  tussen wat je krijgt en waaruit je kunt putten om te geven, dat is nu het calvinisme in de kern! En probeer maar te ervaren hoe waardevol dat allemaal is!

Ds. Wim Scheltens