Vertrouwen is een groot goed, maar kan gruwelijk beschaamd worden

column 20150329

 

“Dit gaat elk voorstellingsvermogen te boven”, zegt Angela Merkel, bondskanselier van de Bondsrepubliek Duitsland.

Als blijkt, dat de copiloot Andreas Lubitz (27) dinsdag 24 maart moedwillig een vliegtuig vol inzittenden wil vernietigen om zijn zelfmoordplan uit te voeren, zegt ze, dat de nieuwe bevindingen over het handelen van de copiloot een “volstrekt ondenkbare nieuwe dimensie” hebben toegevoegd aan de tragedie. Dat van die dimensie, dat houdt me bezig. Want wat speelt zich hier allemaal af?

Je moet je indenken: een aardige, sportieve en vrolijke kerel vliegt de Airbus A320 met 149 anderen aan boord opzettelijk te pletter tegen een bergwand in de Franse Alpen.

Wat bezielt zo’n man?
Kun je elkaar nog wel vertrouwen, dat gaat onherroepelijk in je om, als je dit nieuws tot je neemt. Dat de waanzin zulke grote afmetingen kan aannemen, is frusterend. Hoe zong Adèle Bloemendaal dat ook al weer: “Als je mekaar niet meer vertrouwen kan, waar blijf je dan?”

Op de vluchtrecorder is te horen hoe Lubitz rustig blijft ademhalen, terwijl hij, nadat de gezagvoerder de cockpit heeft verlaten, de automatische piloot uitschakelt en het toestel laat dalen. En hoe hij daarna oproepen van de verkeerstoren in Marseille en de paniek buiten de gesloten deur van de cockpit totaal negeert. Degene in de cockpit kan de opening-met-code blokkeren. Bild schrijft dat de captain heeft geprobeerd met een bijl de deur te forceren. „De man buiten de cockpit klopt zacht op de deur en er komt geen antwoord, daarna slaat hij harder op de deur en weer geen antwoord. Er komt nooit antwoord. Je hoort dat hij de deur probeert in te beuken.”

Vertrouwen is een groot goed, maar kan gruwelijk beschaamd worden.

Zondag zal in veel kerken de voorbeden gaan over de familie van de passagiers (onder wie een schoolklas). Voorbede in de nood. We lezen het in de Bijbel, de psalmen en het onze Vader: “Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze” (Matteüs 6:13).

Zo weten we weer, hoe de Geest van God ons wil geleiden op de weg van de navolging van Christus, die zachtmoedig gekomen is op een ezel in Jeruzalem, herinnerend aan de profetie van Zacharia (9:9) “Juich, Sion, Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde! Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege. Nederig komt hij aanrijden op een ezel, op een hengstveulen, het jong van een ezelin.”

En hoe slaat de Paas-psalm 118 hier ook weer op? ”Gezegend wie komt met de naam van de HEER. Wij zegenen u vanuit het huis van de HEER. De HEER is God, hij heeft ons licht gebracht.” (Psalm 118: 26,27a).

Zo mag het toch Palmpasen worden: gezegend Hij, die komt!

Want komen doet Hij, als het moet door bedrog en dood heen…

Ds. Scheltens