Vooraf weigeren of pas achteraf?

 

In het Nederlands Dagblad van 22 mei 2019 staat een interessant juridisch betoog over het weigeren van de Amerikaanse ‘haatprediker’ Steven Anderson. De man wilde ook graag dat Barack Obama gedood werd.

Een docent en een promovendus van de universiteit in Utrecht schrijven dat zo’n weigering onverenigbaar is met de Nederlandse grondrechtencultuur. Overheidsbestuurders zien dat anders. Die lappen zo het censuurverbod aan hun laars.

Steven Anderson

Wat is hun punt?

In de vrijheid van meningsuiting kan een rechter pas achteraf constateren dat iemand over de schreef is gegaan. Dat lijkt me een prima uitgangspunt.

Maar er komt wat bij: de heer Anderson heeft luid en duidelijk te kennen gegeven, dat hij haatzaaiende taal uitslaat, oproept tot moord en doodslag. En hij voert minachting voor andersdenkenden hoog in het vaandel. Met veel bombarie kondigt hij zijn komst en zijn boodschap aan. Verrassend wordt zijn verhaal dus allerminst.

De juristen van het artikel in het ND erkennen, dat de vrijheid van meningsuiting geen vrijbrief  is voor beledigende taal. Maar ze zeggen: “Wie uitlatingen doet die in strijd zijn met het Wetboek van Strafrecht kan daarvoor dan ook strafrechtelijk worden vervolgd. Maar wel altijd pas nadat de uiting is gedaan. Over de uitlatingen die Anderson in het verleden heeft gedaan, valt weinig goeds te zeggen. In het geval van Anderson had de overheid dan ook alle reden om hem met het Wetboek van Strafrecht in de hand kritisch te volgen en op te treden zodra hij de grenzen van dat wetboek zou overschrijden.”

Ik zou willen aanvoeren, dat Anderson zich al bewezen heeft in strijd te handelen met ons Wetboek van Strafrecht. Daar hoef je heus niet meer op te gaan zitten wachten met opnameapparatuur  en het opschrijfboekje in de hand.

Daar komt nog bij, dat het Evangelie van Jezus Christus niet met haat-prediken te karakteriseren is. Het Evangelie is uitnodigend en wervend: kom tot Mij! En de Bergrede is samen te vatten met de gouden regel: “Behandel de ander, zoals je zelf behandeld wilt worden.” Dan gaat het om levenskunst met respect voor elkaar en oog voor de integriteit van elkaar. Na Pasen accentueert Jezus de oproep om vergevingsgezind te zijn.

Het baart de juristen zorgen, dat de Nederlandse overheid  de racistische en antisemitische standpunten en felle homohaat stil legt in een spreekverbod. De juristen zien in de zaak-Anderson, en daarmee vergelijkbare zaken, dat de overheid een weg inslaat richting onbegrensde bevoegdheden, waarbij grondrechten geen betekenis meer hebben. Maar over welke grondrechten gaat het nog, als je de Holocaust ontkent, (oud-)president Barack Obama dood wenst en oproept tot het vermoorden van lhbti’ers. Moet zo iemand op voorhand een platform krijgen? 

DeLaMar Theater in Amsterdam

Alsof vrijheid van meningsuiting zonder normen functioneren kan.

Vooraf weigeren op goede gronden is verre van willekeur.

Weigeren is nog wel wat anders dan in het gevang stoppen.

De juristen willen, dat extreme mensen tegen de lamp lopen.

Ik wil liever voorkomen, dat ze hun haat rondstrooien.

Vrijheid vraagt om de norm van respect en opbouw en eerbied voor het leven, waarbij de individuele verantwoordelijkheid eerbiedigd wordt en niet met voeten getreden. De apostelen hebben ook puntige vingerwijzingen over de vrijheid. Paulus zegt: “Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde.” (Galaten 5: 13).  Petrus zegt: “Leef als vrije mensen, en verschuil u niet achter uw vrijheid om u te misdragen, maar handel als dienaren van God.”(1 Petrus 2: 16).

De vijand van vrijheid van meningsuiting is niet de overheid, als ze transparant met democratisch geijkte normen werkt, maar de mens, die zich als ongeleid projectiel meent eigen wetten te kunnen stellen en opleggen.

Juridisch denken heeft zo zijn eigen schoonheid.

Maar ondertussen kunnen er dingen gebeuren, waarbij  een overheid of een bestuur zich gedongen kan voelen om op te treden ter bescherming van menselijke integriteit en waardigheid. Gelijke monniken, gelijke kappen, is vaak het idee. Maar vaak zijn de “monniken’ niet allemaal gelijk en dragen ze ook heel andersoortige “kappen”.

Ds. Wim Scheltens