Weinig informatie over Joden in lesmateriaal over de Holocaust

Ondanks het ruime aanbod aan geschiedenislesboeken wordt daarin tot op de dag van vandaag vrijwel geen antwoord gegeven op wat het Joodse slachtofferschap tijdens de oorlog precies inhield.

Dat concludeert Marc van Berkel, die onlangs is gepromoveerd aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam op een onderzoek over de Holocaust in de Nederlandse geschiedenisboeken voor voortgezet onderwijs en in die uit de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen. Ik las erover in het Nieuw Israëlitisch Weekblad (NIW) van 8 september 2017.

Het gaat het om vragen als: “Wat voor mensen waren de Joden die vervolgd werden, hoe verliepen de uitroeiingsprocessen, waarom gebeurde dat, op welke plekken, wat betekende het voor de betrokken families, hoe was het voor de overlevenden die terugkeerden en voor hun nabestaanden direct na de oorlog?”

In Duitsland staat er in de lesboeken vaak wél een apart hoofdstuk over de Holocaust. De medewerking aan het moordproces door overheden,

burgers en bedrijven komt uitgebreid aan de orde. Vaak met daderverklaringen van bijvoorbeeld agenten, machinisten en ambtenaren uit het Derde Rijk. Voordeel hiervan is, dat leerlingen zo oog krijgen voor de mechanismen: zo werkt dat dus, een genocide.

 

Marc van Berkel, docent aan de Lerarenopleiding Geschiedenis bij de Hogeschool Arnhem Nijmegen, lid van de Nederlandse delegatie van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA), verantwoordelijk voor de EU-werkdefinitie antisemitisme, werkt voor de Onderwijsprogrammaraad van het Duitslandinstituut. Hij voerde zijn promotieonderzoek uit aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en het Georg-Eckert-Institut für Schulbuchforschung in Braunschweig (D).

 

De Holocaust volgens van Berkel in Nederland beschreven als iets tussen nazi’s en Joden, waar de Nederlanders helemaal niet bij betrokken waren.

Alsof een paar topnazi’s dat allemaal hadden geregeld. Anne Frank wordt niet zozeer als Joods voorgesteld, maar eerder als zinnebeeld van de Nederlandse onschuld: ‘kijk eens wat ze met onze kinderen hebben gedaan’. Nederlandse scholieren leren niks over de betrokkenheid van politie, NS en bedrijfsleven bij de deportaties. De verzetsmythe wordt in stand gehouden, Nederland was een klein neutraal land dat werd aangevallen en het ergste was de Hongerwinter.

In de Nederlandse schoolboeken worden Holocaustwetenschappers als Loe de Jong, Jacques Presser en Hans Blom nauwelijks geciteerd. Bovendien bepalen scholen autonoom welke boeken ze aanschaffen en kijken daarbij  minder naar inhoud en kwaliteit dan prijs en gebruiksvriendelijkheid, zoals een goede didactische web-ondersteuning.

Tot zover een impressie van het belangrijke artikel in het NIW. Je kunt dit zo bij de onderwijsbegroting betrekken.

Juist met het oog op het gevaar van minachting van de ernst van de geschiedenis zijn de persoonlijke kanten zo belangrijk. Mensen als Anne de Vries, K. Norel en Jan Terlouw hebben de grote gebeurtenissen in overzichtelijke sfeer besproken aan de hand van mensen die spanning voelden. De persoonlijke levensverhalen zijn ook zeer herkenbaar als het gaat om teleurstelling, angst, spanning, gevaar etc. Zo verschijnen er nog altijd menselijke documenten in boekvorm en via radio en televisie.

Bij de vragen die ik in NIW las mis ik de spanning, angst en lef rond het verschijnsel ‘onderduikers’, waarbij niet-Joden zich in de gevarenzone begaven door onderduikers op te nemen, terwijl ze wisten dat de Duitsers dat zwaar zou bestraffen. Valse persoonsbewijzen en bonkaarten stelen behoren bij dat verschijnsel van verzet en onderduiken. Toen Eberhard van der Laan in Zomergasten vertelde dat zijn ouders in Rijnsburg bij het verzet betroken waren, kreeg hij de kritiek dat hij net deed of in het verzet gaan algemeen gebruik was.

Die kritiek was niet terecht. Wat hij zei, had te maken met de dorpse situatie van solidariteit en elkaar kennen en in de gaten houden en helpen. Hij zei: dat het betrekkelijk willekeurig was, of mensen in het verzet gingen – familie, vrienden, dominee waren daarin belangrijk.

Om de spanning en angst serieus te nemen is het redden van kinderen uit de slaapplaats tegenover de Hollandse Schouwburg ook pittig. Dat tram 8 (nu tram 9 – uit piëteit is nr. 8, die zoveel Joden naar het Centraal Station heeft vervoerd, uit de nummers van de Amsterdamse tram gehaald) bij de halte Hollandse Schouwburg even het zicht aan de soldaten ontnam, zodat aan de overzij (bij de slaapplaatsen voor kinderen) ongezien iemand met een grote tas kon weglopen (met een baby erin). Het is spannend en tekenend voor de situatie zoals die echt was. En waar die kinderen heen gingen? Naar alle hoeken van het hele land.

Dit mag niet vergeten worden, omdat het gaat om waardigheid en bederf daarvan, om lef en lafheid, beducht zijn voor het kwaad en niet buigen of wel buigen en waarom dan niet of wel. Het gaat om een moreel kompas!

 

Ds. Wim Scheltens