De Kerk moet het hebben van de Heilige Geest

Afgelopen zondag hebben we het feest van de Geest gevierd en komende zondag staat we stil bij Gods openbaring als Vader, Zoon en Geest.

Zonder de Geest is er geen geloof! Paulus noem het geloof een gave Gods en de Geest bezielt ons door te verwijzen naar het heilswerk van God in Christus.

Dat is geen dorre leer, maar levende actualiteit.

Hoe komt het, dat mensen ondanks aarzeling toch kunnen geloven – misschien vragenderwijs – en zingen – misschien boven zichzelf uitzingen?

Column 201560521.1

Geloof als geschenk

In het Nederlands Dagblad van 7 mei 2016 staat een gesprek met scriba Arjan Plaisier  van de Protestantse Kerk in Nederland. Hij heeft  acht jaar leiding gegeven aan de kerk. Tot 10 juni is hij in functie.

Op de zaterdag na Pinksteren wil ik met u nadenken over enkele uitspraken van hem:

1. “Je kunt niet de kerk dienen en zeggen: ‘Met Jezus heb ik niks.’ Maar je moet behoedzaam zijn mensen uit hun ambt te zetten. Als de kerk zich uitspreekt, is het aan een persoon zelf om zijn conclusies te trekken.”

2. “We zijn altijd bezig. En áls we stil zitten, zijn daar de sociale media, een niet aflatende stroom van berichtjes. (…) Om te geloven móét je tegenwoordig wel minstens één keer per week je huis uit, weg van die bezigheden, van die stroom van berichtjes.”

3. “Er is weinig ruimte om tegenover elkaar te getuigen van ons geloof of om met onze zonden en twijfels te komen. (…) Een mooi systeem, waarover we best eens kunnen nadenken, is het peter- en meterschap zoals rooms-katholieken dat kennen: mensen bij wie je terecht kunt als je het niet meer weet.”

4. “Rome – Reformatie is een serieus debat, maar je mag het niet zo principieel maken dat het twee kerken moeten blijven. Natuurlijk verschillen de kerkvisies wezenlijk, maar we hebben drie kwart van onze geschiedenis gemeen. De ernst van de tijd is zodanig dat we elkaars betekenis moeten erkennen en als federatieve kerk verder kunnen.”

5. “We moeten wel reëel zijn: het leven is geen grapje. Zo van: straks komt er een generaal pardon en gaan we verder feesten. Het evangelie is volstrekt helder: je moet kiezen. Het komt erop aan hoe je leeft.”

Opmerkingen van mijn kant:

1. We zien hier de positieve instelling. Weren wat het belijden weerspreekt gebeurt niet meer zo gauw door afzetting, maar door positief aangeven, wat en waarom de kerk gelooft, wat ze belijdt. Zo ook de prediking op zondag: niet zuur zijn over een krimpende kerk, ook al is dat niet leuk. Maar we mogen blij zijn en elkaar blij maken, omdat het Evangelie van Jezus Christus hoopgevend is en echt een blijde boodschap blijft.  En Jezus blijft de Goede Herder, hoe de vlag erbij ook bijstaat.

Column 20160521.2

 

2. Minstens één keer per week eruit. Plaisier bedoelt hier de zondagse kerkdienst. Ik zou de kerkgang graag willen stimuleren, samen zingen en samen belijden – daar gaat wat van uit. We zijn dankbaar dat onze organisten ook hun werk serieus opvatten, zodat daar van te genieten is. En wat dacht u van het combo met de zang, die de hele gemeente meetrekt? En de WelcomeSingers, die ons ondertussen met bekende en onbekende liederen vertrouwd maken. En in iedere dienst komt het vergrootglas op een Bijbelgedeelte te liggen. Dat blijft de moeite waard.

3. Al enkele keren hebben we bij een huwelijksbevestiging in de kerk aan de getuigen ook een vraag gesteld in de kerkdienst. Ik bedoel deze vraag: “Jullie hebben een belangrijke rol vervuld door het huwelijk van … en … als getuigen met jullie handtekening wettig te maken. Beloven jullie hier in de kerk dat jullie je vriendschap en zorgzaamheid voor het bruidspaar ook in de toekomst vorm blijven geven in goede en moeilijke momenten? Wat is daarop jullie antwoord?”

Onze aarzelingen en twijfels kunnen in gesprekskringen en op huisbezoek overigens alle aandacht krijgen

4. Mensen als bisschop de Korte krijgen een soepele erkenning in brede kringen van de protestantse kerken. Oecumenisch besef begint bij wat verbindt en houdt oog voor verschillen die niet zomaar gegroeid zijn. Maar het verbindende gaat voorop en verdient instemming!

5. Dat God oordeelt en recht doet en recht zet is een blijmoedig gegeven, waardoor wat krom is recht kan worden. Dat gaat niet automatisch.

Dat gaat op grond van  Christus’ verzoening. Daarbij  is erkentelijkheid van onze kant op zijn plaats. Geloof en geloofsvertrouwen passen daar het beste bij.

Laat nu de Geest ons geloof willen bezielen en vernieuwen en bij de tijd houden en praktisch maken, zodat ons hart en onze handen goede dingen kunnen doen.

Ds. Wim Scheltens