De worsteling van Luther 

 

Dinsdag is het zover. Dan is het 31 oktober: 500 jaar Reformatie. Radio en televisie en de kranten zullen er veel aandacht aan besteden.

Luther bevestigt op deze dag 95 stellingen aan de deur van de slotkapel van Wittenberg. Een dag voor ‘Allerheiligen’, als veel mensen naar de kerk komen.

 

Deur van de Slotkapel in Wittenberg

Hij wil een debat starten over vergeving en aflaat. En over de macht van de kerk, de rol van de Bijbel in de kerkleer en het christelijk leven.

Woensdag was Andries Knevel in de middagpauzedienst van de Alle-Dag-Kerk in Amsterdam. Hij is in zijn meditatie ingegaan op vragen van Luther met mooie citaten. Naar aanleiding daarvan schrijf ik deze column.

Luther voelt de gerechtigheid van God als een last. Daar helpt geen aflaat je van af.

Hij biecht soms zes uren lang. Hij bidt uren per dag. Uren lang leest hij in de Bijbel.

Maar: die gerechtigheid van God, die wrekende en eisende gerechtigheid toch.

Aan die gerechtigheid kon hij niet voldoen.

Wie kan bestaan voor de heiligheid en de gerechtigheid van God?

In een terugblik op zijn leven schrijft hij: “Ik haatte dat woord gerechtigheid. Het vervloekte en verdoemde mij. Ik zei tegen God: houdt U dan nooit op mij te plagen met uw toorn? Maar ik hield niet op te bonzen tegen dat woord van Paulus uit Romeinen 1: 17: ‘de rechtvaardige zal door zijn geloof leven’”.

Maar rechtvaardig voelde hij zich niet, nooit!
Hij schrijft: “Ik had een misvatting. Ik zag hem als Rechter. Dat werd ons voorgehouden, ook in de prediking”

Totdat hij als door de bliksem getroffen op een moment inzag: “Wij leven, wij leven, niet door ons doen, maar door Gods schenkende gerechtigheid in Christus. Toen werd die tekst van Paulus voor mij tot een porta paradisi. Tot de deur van het paradijs”.

Na die ontdekking wil hij de kerk van binnenuit hervormen.

Hij denkt uiteindelijk ook wel de steun van de paus te krijgen, maar dat liep anders.

 

Johann Tetzel

Op die 31ste oktober ging het met name over de aflaathandel van Tetzel. Het ging ten diepste over de vrije genade. Hoe wordt een mens zalig? Hoe raak ik van mijn zonden vrij? Dat zijn de vragen, waarmee Luther jaren heeft geworsteld.
Het behoort tot de wezenlijke  vragen in het christelijk geloof. Maar meer nog is het antwoord, dat Luther heeft gevonden kernachtig voor het christelijk geloof: de vreugde over de genade van God! Het gaat over wat Luther noemt ‘de vreemde vrijspraak’ of ‘de vrolijke ruil’. Dat betekent: mijn tekortkomingen (zonde) op de schouders van Christus en de gerechtigheid van Christus op de mijne!

Luther heeft onze ogen geopend voor de genade van God in Christus. Laat dat maar  nooit een soort vanzelfsprekendheid worden.

Daarom is het goed om in het enthousiasme van de apostel Paulus mee te komen, als hij jubelt: “Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen. Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn. Hoe zal Hij die zelfs zijn eigen zoon niet gespaard heeft, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met hem niet alle dingen schenken?”

Zo spreekt Paulus in Romeinen 8: 31,32 over diezelfde genade die Luther heeft ontdekt.

Als je deze tekst van Paulus zo leest, dan kun je zomaar denken: hoe kan Luther hier zo overheen gelezen hebben?

Hij heeft de Bijbel meer gelezen dan wie ook tegenwoordig.

Hij heeft bijvoorbeeld in Romeinen 3 gelezen: “Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade door de verlossing in Jezus Christus”.

“Om niet” gerechtvaardigd uit Gods genade!  Kan het duidelijker?

Jaren heeft Luther deze tekst gelezen en opeens zag hij het en werd zo voor hem de poort naar het paradijs geopend.

Open poort

Zou dat niet ook een les voor ons zijn? Dat ook wij de Bijbel zo kunnen lezen, door onze eigen ervaring en leesbril lezen, dat we niet meer lezen wat er staat?
Dat onze eigen beleving verduisterend kan werken bij het zicht op de Bijbel?

Luther leert ons net zo lang te lezen, totdat de Bijbel een open poort naar het paradijs voor ons wordt. Laten we ons die les van Luther ter harte nemen.

Ds. Wim Scheltens