‘Een goede vader is niet soft’.

Af en toe vraag je je af, of je het goed hebt gedaan. Of dat er verbeterpunten zijn. Dat is bij functioneringsgesprekken ook altijd de vraag: wat zijn je sterke kanten en wat je zwakke en wat zijn je verbeterpunten.

In het Nederlands Dagblad van 28 februari 2020 lees ik een onderhoudend gesprek met een psychiater. 

Hij heeft laatst een boekje open gedaan over wat hem bezig houdt. Hij kijkt ook terug. Dat krijg je op een leeftijd als je emeritus bent of wordt. Hij is het en ik word het. En zouden mensen nog naar zo iemand willen luisteren? Of is het allemaal “te veel 2018”…

Graag zou ik u willen voorgaan in het luisteren.

Een beetje levenservaring – ook van een ander – is nooit weg. 

De een beleeft dit en de andere dat. 

En dat kun je laten lopen, maar je kunt ook even luisteren en er wijzer van worden.  

Ontvadering luidt de titel van een boek van een psychiater

De psychiater heet Frank Koerselman. Hij kijkt naar de veranderende rol van de vader en naar de teloorgang van het vaderlijke gezag en noemt dat ‘ontvadering’, zoals onthaasting en ontluistering…

En meteen denk ik: ik ben ook vader.
Maar nog belangrijker: God is Vader. Hij is meer: Hij is Vader, Zoon en Geest.

Maar ook “onze Vader die de hemelen zijt”, zo leert Jezus ons praten met de hemelse Vader. 

En nu taant het gezag van de vader. Is dat erg? Ja, dat vindt de psychiater erg. Hij komt een heel klein beetje in de buurt van “de verweesde samenleving” (Pim Fortuyn). Want vaders mis je ook in de politiek. Het is geen klaagzang over ‘vroeger is het beter’. Hij stelt de nuchtere vraag: waar hebben mensen behoefte aan? Aan een vader die niet soft is en duidelijke patronen volgt en eisen stelt op een hartelijke en innemende manier. Dat lijkt op levenskunst, maar volmaakt hoeven we niet te zijn. Als die inzet er maar is. Gezag kun je niet afdwingen, maar je kunt wel bescheiden en tegelijk duidelijk zijn. 

Prof. Frank Koerselman: „Mensen zijn niet gelijk.” 
Ik denk: kijk eens in de spiegel wie je bent en wie je mag zijn!
(beeld: Sjaak Verboom)

De professor vindt het geen goede ontwikkeling om gezag per definitie als iets verdachts te zien. Wel vindt hij, dat gezag zich moet bewijzen, want met blind gezag is veel fout gegaan.

Hij heeft afkeer van het leerstuk van de autonomie: “De prijs die ervoor wordt betaald, is heel hoog. Vooral voor de kinderen. Een van de drie kinderen groeit op in een gebroken gezin. Ze durven daardoor bij het opgroeien geen relaties aan te gaan. De hele samenleving lijdt intussen aan bindingsangst. Het is een soort collectieve ziekte geworden.”

Hij kent de nuchtere constatering:  “Je kunt ook nee zeggen als je verleid wordt en trouw blijven aan je partner, maar dat is niet de norm van het moment. Al beginnen mensen ook op dit punt zich geleidelijk af te vragen of ze wel goed bezig zijn. Zo zigzaggen we met elkaar maar heen en weer.”

De professor noemt zich agnost en of de mens goed is, relativeert hij door te verwijzen naar de onzin die via twitter en facebook uitgekraamd kan worden als pulp.

Ik ben geen agnost en denk graag: blind gezag is ook geen liefhebberij van de Here God. Hij legt uit, houdt rekening met wie we zijn, schept vertrouwen en laat duidelijk merken wat goed en fout is in zijn ogen. Zo voel je verbondenheid, betrokkenheid, inzet voor ons.

Dit vind ik de mooiste kant van het geloof. God houdt ons niet dom en als we fouten maken, tapt Hij uit het vaatje van de vergeving. Dat vaatje raakt nooit leeg.

Weet u, dat een aardse vader en moeder daar veel van kunnen leren?

Ds. Wim Scheltens