Een onverwachte ontmoeting

Van de week loop ik in het ziekenhuis van Ede iemand tegen het lijf, die me aanspreekt. Hij zegt mijn gebed in de kamer naast hem gehoord te hebben, vooral dat ik heb gebeden voor de verpleegkundigen, dat ze hun werk ook met liefde mogen verrichten… Dat heeft hem getroffen. Hij wil me in vertrouwen even spreken. Of ik tijd heb. Ja, dat heb ik. We gaan naar een bezoekkamer.

Hij vertelt over een ingrijpende hartoperatie in Nieuwegein, maar vooral over wat daarna gebeurd is. Op de uitslaapkamer komt hij bij zijn positieven en kijkt rond en ziet bedrijvigheid rond andere bedden. Opeens hoort hij een stem: “Ik ben bij je, Ik ben naast je, Ik ben achter je, Ik ben om je heen…”.

Hij kan haast niet verder praten van emotie. Zijn ogen worden vochtig, zijn hand gaat naar omhoog en hij buigt zijn hoofd scheef naar onderen. Dan kijk hij me aan. Ik kan hier haast met niemand over praten, met een paar van m’n broers, maar verder niet. En ik dacht, dat u mij misschien wel kunt begrijpen, want ik heb uw gesprek gehoord en uw gebed en ik vond dat haast ook voor mezelf, want ik ben een beetje afgeknapt op mijn kerk, zo bangig, zo voorzichtig, zo bang de grootste groep betalende leden een beetje voor het hoofd te stoten. Ik heb gezegd, dat mijn dominee niet mocht komen in het ziekenhuis en nu spreek ik u, en dat vind ik veel mooier, wie bent u eigenlijk?

“Zijn” kerk heeft een dominee die niet open staat voor de evangelische beweging, waarbij zijn kinderen betrokken zijn geraakt. Hij zegt: ik begrijp ook wel, dat al die getuigenissen uiteindelijk niet zo plezierig zijn, maar ik zou eigenlijk best willen vertellen in de kerk wat ik nu zo beleefd heb. Maar daar is geen ruimte voor. Geen wonder dat de kerken leeglopen. Het is veel te formeel.

Ik vertel een herinnering. Een mevrouw, jaren geleden, is ernstig ziek. Ze kan het niet aanvaarden en is een bron van zorg voor haar man en gezin. Ze is niet te troosten en de berichten zijn weinig rooskleurig. Ik probeer voorzichtig te zeggen, dat Jezus over een moeilijke periode spreekt en opeens tegen zijn discipelen zegt: “het zal er op uitlopen, dat jullie zullen getuigen”( Lucas 21: 13).
Ze wordt boos: vrome praatjes, die haar niet raken… Maanden later komt er opeens een verandering. Ze ziet een wonderlijk licht en ervaart geborgenheid. En ze zegt: “weet je nog dat je tegen me zei: het zal er op uitlopen dat je zult getuigen. Ik kan nu getuigen…”.

De man in het ziekenhuis in Ede knikt: een proces, zegt hij: ‘er op uitlopen’ is een proces. Ik knik. Ik zeg: het valt me op, dat wat u gehoord hebt ook in Psalm 139 staat: Gij omgeeft mij van achteren en van voren. Ja, zegt hij, precies: Psalm 139. Ik zei: ik ben van een kerk die het mogelijk maakt dat ik rust heb om zomaar zo’n gesprek te hebben, geen wachtlijst of niks. Fijn, dat er zulke kerken zijn, die dat mogelijk maken, vind ik altijd. Hij knikt…

Ds. Scheltens