Eenzaamheid – is daar iets mee te doen?

Over eenzaamheid is het laatste woord nog niet gezegd.

Sterker: er wordt veel over gesproken en geschreven. Met name ouderen, maar ook steeds meer jongeren voelen zich eenzaam en verlaten.

In de Gemeente Ede wil de politiek zich ermee gaan bemoeien. Maar hoe moet dat en hoe kun je mensen vinden, die daar bij willen helpen? Een wat is helpen in dit verband eigenlijk?

Allemaal vragen. Geen theorie, maar praktijk!

Meer dan een miljoen Nederlanders voelt zich sterk eenzaam. Nog eens een op de drie Nederlanders voelt zich matig eenzaam. Onder mannen en vrouwen komt eenzaamheid ongeveer evenveel voor.  Eenzaamheid is je niet verbonden voelen. Je ervaart een gemis aan een hechte, emotionele band met anderen. Of je hebt minder contact met andere mensen dan je wenst.

 

Eenzaamheid al pijnlijke ervaring

Eenzaamheid kan vele oorzaken hebben. Contacten kunnen veranderen of verloren gaan door omstandigheden waarop je zelf weinig invloed hebt: zoals ziekte, dood, echtscheiding of het verlies van werk en inkomen. Aanleiding kan ook zijn het verdwijnen van traditionele sociale verbanden zoals kerk- en buurtgemeenschappen. Daarnaast spelen persoonlijke eigenschappen en je verwachtingen van je sociale contacten mee. Vaak ontstaat eenzaamheid door een opeenstapeling van teleurstellende ervaringen. En het gevolg is: je sluit je af en sluit je in jezelf op.

Gelukkig zijn er verenigingen, kerken en clubs.

In de kerk heb je sociale contacten.

En in de kerk kun je ook actief worden. Pastorale bezoeken brengen en op gespreksmorgens of –avonden aanwezig zijn. Daar moet je je soms toe zetten. Maar dan gebeurt er ook wat.

In mijn eigen beleving komt eenzaamheid vooral, doordat je jezelf tot norm stelt: hoe jij denkt moeten anderen ook denken. Het mooie van anderen moet mij ook ten deel vallen. Het gras van de buren mag niet groener zijn dan mijn eigen gras.

Of nog anders: ik heb recht op geluk, zoals ik me dat indenk en mijzelf voorstel.

En omdat het anders loopt  dan ik zou wensen, ga ik mezelf beklagen.

In de Bijbel zie je dat ook. Al in het begin: Eva wordt op de gedachte gebracht, dat ze een tekort aan ruimte en vrijheid heeft en overschrijdt de grens van het niet eten van die ene boom. Daar komt ze niet zelf op, maar daartoe wordt ze opgejut.

Sara beklaagt zich over Hagar en haar zoon Islmaël. Haar eigen levensvreugde valt in het niet door die andere twee. Ze denkt: als die uit mijn ogen zijn, wordt het beter. Ze stelt haar eigen norm.

Zo komen we al twee drijfveren tot eenzaamheid op het spoor:

1. opgejut worden om te denken, dat je bekneld wordt, beknot wordt en dat je daarom het recht hebt om je eigen ‘zelf’ wat meer te kietelen.

2. de ander heeft het beter dan ik, en daarom werk ik de ander uit mijn gezichtsveld. Wat over blijft: het eenzame ‘ik’.

Aandacht voor elkaar kan ineens de eenzaamheid doen verschrompelen

En de kerk is ervoor om dat in het bredere perspectief te zetten.

Dat je niet volmaakt hoeft te zijn en dat de ander dat ook niet hoeft te zijn om toch mee te tellen. Dat je jezelf niet op de kaart hoeft te zetten, omdat de Here God jou al op zijn boekrol heeft geschreven met naam en toenaam en als kind van God te boek gesteld heeft. Dat is aanvaarding van hogerhand en dat helpt bij zelfaanvaarding. Zo mag de toon zijn van het onderling contact en het huisbezoek.

Is dat concreet genoeg?
Om met je eigen adem en eigen lippen de lofzang te dragen en mee te bazuinen, dat is een klaar medicijn tegen enkele vormen van eenzaamheid. En zo is er week in week uit de kerkdienst, de ontmoeting van elkaar en van jou met de Here God. Dat je weet, wie en wat ik ook mis – God wil mij niet missen.

In de officiële rapporten over eenzaamheid kom je de “aanwezige kerk” als sociale ontmoetingsplek en brainstormclub niet tegen. Daarom leg ik er even de vinger bij.

Ds. Wim Scheltens