Geloof in jezelf is ook zowat

In het Nederlands Dagblad van vrijdag 29 juni 2018 wordt verwezen naar een website van de krant waar recensenten vertellen over wat ze een mooi boek vinden. Dat is eigenlijk best een leuk initiatief. Alleen, jammer dat het niet gewoon in de gedrukte krant staat.

Ik werd getroffen door een lofzang op Chesterton. 

Gilbert Keith Chesterton (18741936) was een Engels letterkundige en journalist. Hij verdedigde in zijn geschriften de waardigheid van de menselijke persoon tegen alle mogelijke ‘ismen‘. Zijn boek ‘Orthodoxie’ is vooral onder de aandacht van journalist Rimme Mastebroek gekomen.  

Rimme Mastebroek

Chesterton kon geestig schrijven: “Dieven respecteren het privébezit. Ze willen alleen het privébezit tot hun eigen privébezit maken, zodat ze het nog beter kunnen respecteren.” 

Het boek ‘Orthodoxie’ vertelt over de persoonlijke reis van Chesterton van agnost naar gelovige.  Uitgangspunt is Chestertons observatie dat ‘Ik geloof in mijzelf’ de nieuwe religie van zijn tijd lijkt te zijn.

Chesterton kon natuurlijk niet vermoeden, dat deze frase ‘Ik geloof in mijzelf’ 109 jaar later nog steeds continu gebruikt wordt. In therapieën wordt dit ook gepropageerd: heb je zelf meer lief, kom voor jezelf op, zet jezelf op de kaart!

Chesterton hekelt deze in-zichzelf-gelovers, die navelstaren en geen ruimte laten voor mystiek en wonderen. ‘De mens was bedoeld om aan zichzelf te twijfelen, maar niet aan de waarheid; nu is het precies omgekeerd’, schrijft hij.

Daar zit m.i. heel wat in! Als je in jezelf gelooft, mis je een spiegel,  een tegenover en een aanspreekadres. Als je vooral in jezelf gelooft, blijf je een buitenstaander in de grote buitenwereld buiten jou. De aardigheid van wetenschappelijk onderzoek is nu juist, dat je ontdekt steeds minder te weten dan je dacht. En dat je hulp kunt gebruiken van mensen van allerlei discipline om beter te zien wat er allemaal aan de hand is. 

In de kerk gaat het eigenlijk altijd weer over geloofwaardigheid in het geloof. En ook om de bron waaruit je put. En ook: hoe ga je met die bron om. Dat scherpt een mens. 

Misschien is het aardigste van het geloof wel, dat je gaandeweg in je leven ontdekt, dat God jouw schepper is en zielsveel van jou houdt. En dat Hij dingen in de wereld brengt, zoals zijn liefde, zijn vergeving en zijn trouw, zijn Zoon en zijn Geest, die jou voor valkuilen, blunders en blutsen wil behoeden.

In ‘Orthodoxie’ reageert Chesterton op aanvallen tegen het christendom. Dat die er  zijn, vindt Chesterton niet erg; dat betekent alleen maar dat het christendom extravagant en veelkleurig is.

G.K. Chesterton

Chesterton verwacht ook van christenen, dat ze kleur bekennen in tijden van de grijze moderniteit. Er mag geen ruimte zijn voor halfhartige sentimenten. Christenen moeten onrecht haten én volop liefhebben, want juist deze combinatie zet aan tot activisme. Zowel haten als liefhebben lijkt wellicht tegenstrijdig, maar is dat niet. Op dezelfde manier kon Jezus mens én God zijn. En op dezelfde manier zijn mensen de voornaamste aller schepselen én de voornaamste zondaars. Door Jezus scheidde God de misdaad van de misdadiger; daardoor was er ruimte voor ‘ongebreidelde wraak én onbegrensde liefde’. 

Je hebt wel enige soepelheid van geest nodig om die beweging van Chesterton mee te maken. Maar alleen daarom al is geloof in jezelf ook maar zowat.

Ds. Wim Scheltens