Hoe geweldig God alles gemaakt heeft…

Natuurkundige Jan van Bemmel (79) oud-rector magnificus van de Erasmus Universiteit Rotterdam blijft houden van zijn telescoop. Hij is gedreven door nieuwsgierigheid naar een onbekend universum. Nachtenlang tuurde hij vol verwondering de sterrenhemel af. Geloof in God en het beoefenen van natuurwetenschap gaan bij hem hand in hand. ‘Het bestuderen van de natuur laat je zien hoe geweldig God alles heeft gemaakt.’

 

Jan Hendrik van Bemmel

Prof. van Bemmel heeft zich altijd al verdiept in de evolutietheorie. Hij wil het houden bij wetenschappelijke feiten en wil niet speculeren. Want dat zaait enkel verwarring. Hij heeft een boek geschreven om het gesprek te openen over de vele aanwijzingen voor een goddelijk ontwerp van het universum en de levende natuur.

In het Nederlands Dagblad van 18 november staat een gesprek met van Bemmel. Hij is medisch-biologisch gezondheidswetenschapper. De aanleiding voor dit   gesprek is dat boek (Waar was je? Geloven na Darwin en Hubble). Leuk voor de Sint?

Het heelal heeft een begin

De professor is stellig: het universum is zo’n veertien miljard jaar oud is. Hij voegt eraan toe: de bewijzen voor de oerknal zijn evident en overtuigend. Denk bijvoorbeeld aan de afstand van de sterren tot de aarde. Het licht van die sterren bereikt ons echt niet binnen zesduizend jaar. Maar wat veel interessanter is: het heelal heeft een begin. Een begin dat volstrekt onverklaarbaar is, maar wijst op een veroorzaker, een ontwerper. Dat maakt niet-gelovigen onrustig. Aldus van Bemmel.

Vervolgens legt hij uit, dat de oerknal iets heel anders is dan de evolutietheorie. De darwinistische evolutietheorie gaat over competitie, een strijd om te overleven in de levende natuur door aanpassing aan de omgeving. De oerknal gaat niet over competitie, aldus de professor.

De aarde is precies geschikt voor het leven

Van Bemmel ziet het begin als een goddelijke ingreep: God roept de kosmos tot aanzijn. In de geschiedenis zie je dat God voortdurend ingrijpt, al kun je dat niet bewijzen. Maar achter de totstandkoming van de kosmos zit zo’n grandioos idee. De aarde is precies geschikt voor het leven. De kans dat alle elementen precies geschikt zijn voor het leven is ontzettend klein. Dat kan geen toeval zijn. Volgens de darwinistische evolutietheorie is daarna geleidelijk het leven ontstaan.

Maar dat is niet de werkelijkheid. Aldus van Bemmel

Hij zegt: “Ik denk aan het voortdurend ingrijpen van God. Neem bijvoorbeeld het onafhankelijk van elkaar, in korte tijd ontstaan, van verschillende complexe levensvormen. Bijzonder is dat God ook in een mensenleven ingrijpt. Begrijp ik dit allemaal? Nee. Ik leg de hand op de mond, net als Job. De darwinistische evolutietheorie wijs ik op wetenschappelijke gronden af maar ook omdat je onherroepelijk in de knel komt met de verhouding tussen Adam en Christus. Adam is niet een of ander neolithisch figuur die opklom tot de status van mens. Nee, God intervenieerde ook op dat moment, geloof ik, door de mens naar zijn beeld te scheppen.”

 

Kinderen van de Montessori basisschool Pallas Athene in Amersfoort mochten na een les over de oerknal kiezen of ze de oerknal, het zwarte gat of de supernova gingen tekenen.

Toen ik dit stukje van het grote interview las, vond ik het vooral zo boeiend, dat de hoogleraar zegt: de aarde is precies geschikt voor het leven. Al die in elkaar grijpende dingen van lucht om te ademen, een hart dat klopt, vingers die kunnen aanraken en verstand dat (soms) heel goed werkt en aanstuurt. Het klopt allemaal. En als het niet klopt merken we wat een probleem een wondje aan de vinger of aan een teen kan veroorzaken of een kloppende kies, een pijnlijk oor… Ook dat het ene leven niet voortkomt uit het andere leven. We lezen ook in Genesis 1 – God schept alles naar zijn eigen soort.

Van Bemmel verwijst naar Job – waar die klemmende vraag speelt: wil de bediller twisten met de Almachtige? (Job 39:35 – NBG 1951).

Dan voel je weer, dat die Bijbelse bodem waarop wij mogen staan wel iets voorstelt.

Wij zijn tegenwoordig heel wat mans en denken ook dat we heel veel aan kunnen. Des te dichter kom je bij de bediller…

Als je zo nadenkt en met elkaar bezig durft te zijn, dan is dat echt elkaar serieus nemen op die Bijbelse bodem van ons.

Advent

En wat vindt u ervan dat God ingrijpt? Dat zegt van Bemmel. En wat zegt u?

In ons persoonlijke leven zie je het soms, soms even. In het Adventsverhaal ligt het er duimendik bovenop. Zacharias en Maria en de herders in het veld krijgen er wel een engel voor op bezoek om het allemaal te stroomlijnen. Dat is de grote ingreep van God; het leven roept om een Redder. En die krijgen we van God en wel van de hoogste kwaliteit!  Ach, het past precies in elkaar. Dat het Kerstkind komt, is precies geschikt voor het leven!

Ds. Wim Scheltens