Kerkdienst en predikant

In het dagblad Trouw van maandag 19 augustus 2019 heeft Stijn Fens geschreven over een artikel in Woord & Dienst over de Elthetogemeente, een protestantse wijkgemeente in Amsterdam-Oost. Die experimenteert nu al een paar jaar met ochtenddiensten zonder predikant. De predikant speelt geen rol in de dienst, maar denkt van tevoren wel mee.

Sommige kerkgangers zijn enthousiast:

– het kan de gemeente nieuwe energie geven;

– er kan nieuw leven in de brouwerij komen, ook omdat je weer kritisch gaat nadenken over wat je belangrijk vindt voor een dienst;

– theologische richtlijnen zijn wel nodig om niet uit de bocht vliegen;

– de dominee heeft meer tijd voor bezoekwerk.

Daar heb ik nog wat over zitten nadenken.

Waarom zou een dominee het beter kunnen vertellen dan een andere gelovige? Op zo’n vraag heb ik eigenlijk geen helder antwoord. Want een gelovig gemeentelid kan ook de Bijbel lezen en daar iets zinnigs over zeggen. 

En toch: het is een wekelijks terugkerend verschijnsel – de zondag met de erediensten. De kerken hebben ambtsdragers aangesteld voor bepaalde taken in de kerk. De predikant is speciaal opgeleid voor de bediening van het Woord in relatie met een bepaalde geloofsgemeenschap. Dat predikant en gemeente geen vreemden voor elkaar zijn, dat er een vertrouwelijke band kan groeien. Zo kunnen pastorale ervaringen meekomen in de manier van Bijbeluitleg. De kerk is geen volksuniversiteit voor kennisvermeerdering,  maar een geloofsgemeenschap van mensen die liefde hebben gekregen voor Jezus, die ons al lang heeft liefgehad,  voordat wij ons daar iets van bewust zijn gaan worden. Zo wordt preken toch wat anders dan het houden van een gelovig verhaal.

Het gaat om tekst en toelichting. Een onderdeel van het Woord van God mag overdacht worden in samenhang met het gehele Woord van God. Dan gaat het ook om de kunst van het leggen van goede verbanden. Daar komt bij: iedere tekst heeft wel iets eigens. En raakt dat niet de kern van wat een preek kan zijn? Is dat in de preek niet het punt, dat het eigene van de specifiek gelezen tekst naar voren komt? Zodat je ontdekt, dat Zacheüs en Bartimeüs niet dezelfde beleving hebben gehad. En dat David en Paulus in heel verschillende tijden hebben geleefd en ook voor heel andere uitdagingen gesteld zijn?

Af en toe een preek van de leek is een goede greep. Maar dan als extra buiten de zondagse eredienst, waarin de gemeente samenkomt om onder het Woord te komen, de gebeden te doen en de lofzang gaande te houden.

De 12 artikelen van de Apostolische Geloofsbelijdenis.

Het gaat in de kerk niet om vermaak of om theater. Het is een ernstige zaak, dat we weten van zonde en genade en de wederkomst des Heren met de vraag uit Lucas 18:8 – zal de Zoon des Mensen bij zijn komst geloof vinden op aarde? 

En wat is geloof in christelijke zin anders dan: vertrouwen, dat God in zijn Woord ook tot ons spreekt en dat zijn Woord ook voor ons betrouwbaar is en ons vertrouwen waard is? 

Geloof is ook de band onderhouden met vorige generaties en niet de tijdgeest het laatste woord geven. Daarom is de Apostolische Geloofsbelijdenis een zinnig richtsnoer.

Het gaat in de preek niet zomaar om woordkunst, maar om Woord-kunst: dat je met creativiteit en vernuft verwondering kunt wekken, dat in de Bijbel dingen staan die jouw heil en zaligheid onderstrepen.

Ds. Wim Scheltens