Klein doorkijkje naar 1941

In Amsterdam was op 25 februari 1941 de zgn. Februaristaking van ‘dokwerkers’. Dat was binnen een jaar Duitse bezetting. Het was een regelrecht gevolg van de razzia op en rond het Jonas Daniël Meijerplein van zaterdag (!) 22 februari 1941, ‘s morgens in alle vroegte in de Jodenbuurt van Amsterdam.

Al voor 1940 waren vooral hervormde dominees uit Amsterdam (en ook niet-theologen) verenigd in de ‘Lunterse Kring’ om zich te beraden op een houding tegen het antisemitisme, wat ze zagen als een verderf in samenleving en kerk. Omdat in en rondom Lunteren (de Goudsberg) manifestaties van de NSB werden gehouden was Lunteren een onverdachte naam voor verzetsactiviteiten.

De grootvader van onze huidige minister J.P.H. Donner, oud-minister J. Donner zat in een Convent van Kerken dat zich vormde om gesprekspartner te kunnen zijn van de Duitse bezetter. Veel invloed hebben ze niet gehad op de bezetter. Ze hebben de kerken wel – op voorstel van de Gereformeerde Kerken – een biddag laten houden op zondag 23 maart 1941. Daardoor is J. Donner voor het eerst gevangen genomen en naar Scheveningen overgebracht, waar hij vaker zou komen…
De gereformeerde synode had een herderlijk schrijven voor die gebedszondag. De door de bezetter geëiste afgrenzing van het Nederlandse volk en de Joden werd afgewezen.

“Dat kan ook niet, waar juist de gemeente van Christus vanuit het Evangelie in de historie van het Joodschen volk den Christus zag geboren worden en reeds in die grond nimmer de vraag naar een bepaald ras kan laten worden tot een begrenzing van de liefde tot onze naaste en van de barmhartigheid die we schuldig zijn.”, aldus het herderlijke schrijven.

We hebben het over voorjaar 1941! De anti-joodse maatregelen volgen elkaar snel op en de kerken voelen aan: dit kan zo niet. Eind 1943 is al zoveel duidelijk, dat weggevoerde Joden veelal omgekomen zijn. Het hoe was nog onduidelijk. Later blijkt, dat er vergast werd.

Maar niemand moet aankomen met de gedachte, dat het in de eerste jaren nog zo onduidelijk was, wat zich afspeelde. De kerken hadden het door, maar waren uiterst omzichtig in publieke actie. Dat lieten ze over aan mensen die daar in het geheim aan konden werken. Onderduikers wisten in elk geval, dat ze bij een gereformeerde pastorie bijna altijd verder geholpen werden.

Nee, trots kun je niet worden op Nederlanders in oorlogstijd, maar dankbaar dat velen zich hebben ingezet voor anderen, dat wel. Niet pas in de Hongerwinter van ‘44/’45 werd het gruwelijke van de Duitse bezetting zichtbaar. Nee, in 1941 waren communisten en kerken al heel duidelijk: Seys-Inquart zit er gruwelijk naast en moet bestreden worden, als hij op 21 maart 1941 bezweert in het Concertgebouw te Amsterdam: de bezetter beschouwt Joden niet als bestanddeel van het Nederlandse volk. Moeilijk was die strijd wel en daarover kunnen we niet te licht denken. Kostelijk, als iemand dan tegen die achtergrond denkt aan Paulus: Ik heb de goede strijd gestreden en ik heb het geloof behouden.

Ds. Scheltens