Na de vakantie

In de vakantieperiode heeft het verschrikkelijke auto-ongeluk plaats gevonden vlakbij de stoplichten van de weg naar de nieuwe wijk Kernhem. Twee agenten en een arrestant vonden de dood. Dat is erg. Voor de betrokkenen, maar ook voor het politiekorps en het werk.

In Amsterdam is een man van Marokkaanse achtergrond door een politiekogel geraakt. Hij kwam met een mes bedreigend over, niet alleen op de agenten, als je de verhalen mag geloven.
We hoorden van vakantiegangers die op de vlucht sloegen voor verterend vuur, dat via de bossen op de heuvels naar de campings oprukte. Sommigen zijn zelfs ingesloten geweest.

Er was ook positief nieuws: in de Tour de France. De alom verwachte winnaar, Lance Armstrong, raakte in een slip en viel. Ik meen, dat er een broodzakje van een toeschouwer aan de fiets bleef haken of zo. En de nummer twee van die cours, Jan Ullrich, legt de rit stil om te wachten totdat nummer 1 weer van de partij zou zijn. Ik ken mezelf een beetje, ik zou denken: voort maken, die afstand heb ik alvast binnen. Maar de sportiviteit van Ullrich valt me op en smaakt goed.

Bij ons thuis wisten ze het precies: twee jaar geleden heeft Armstrong gewacht op Ullrich, toen die langs de weg kwam in plaats van op de weg bleef en toen een snoekduik naar beneden nam. Toen wachtte Armstrong – nu wacht Ullrich…

En dan denk ik, daarom zeggen we immers: wie goed doet, goed ontmoet…
Dat moeten we onderweg in onze individualistische, kritische tijd maar liever niet verliezen, zou ik zeggen.

Kijk, daar heb je nou journalistiek voor: om verbanden te laten zien in wat je ziet.

Wat ik deze vakantie ook bijzonder aangrijpend vond is de ontvoering van een arts zonder grenzen, een jaar lang. De familie, de organisatie AzG, de regering, ze vragen Bush en Poetin eendrachtig hun invloed uit te oefenen. Wat een kwade geesten leven er toch, die een helpend mens zo beentje lichten!

We moeten er niet door van slag raken, alsof het er niet toe zou doen waar jij je druk om maakt. Hoe voorkom je dat je uit het lood slaat? Waar haal je de pit vandaan om geen fladderaar te worden?
Ik besef, dat het gemakkelijk kan klinken als ik hier naar de Bijbel verwijs.

Maar ik doe het wel en meen het ook. In de Bijbel voelen we, dat het er toe doet, op welke wijze jij medemensen ontmoet. In de Bijbel staat succes niet voorop, wel trouw en toewijding en dat daar zegen van God op rusten kan. En waar zegen op rust, kan opeens succesvol zijn. Maar nooit zonder meer, altijd als er mensen zijn met trouw en toewijding en als Christus daar bij is, omdat Hij als Heer en Heiland gezien, gewenst, beleden wordt. Zulke verbanden worden duidelijk in de Bijbel; en daarom lezen we als gemeente samen in de Heilige Schrift om er wijzer van te worden, stabiel en open naar God.

Ds. Scheltens