Op weg naar het Kerstfeest

We leven in de weken van advent, verwachting van wat komen gaat. Wat maakt de komst van Christus dan anders in ons leven? Wat voegt Jezus toe aan ons leven? Op de jongerengespreksgroep, die catechese heet, hebben we daar woensdagavond over zitten praten. Dat is een aardig gesprek geworden.

Kerstfeest vieren hoeft niet altijd samen te gaan met geloof in Jezus.

Dat komt eerst sterk naar voren in dat gesprek. Het gaat om gezelligheid en familie met elkaar. Een rustige sfeer met versiering en lekkere dingen.

 

Kerstsfeer

Kerstfeest is breder dan alleen een kerkelijk feest. 

Dat beseffen die jonge mensen heel duidelijk in deze postchristelijke tijd.

En we moet daar niet moeilijk over doen in de kerk. Want dan verstier je een feest, net zoals gezanik over Zwarte Piet het Sinterklaasfeest verziekt. Dat verzin ik niet. Dat zegt iemand woensdagavond voor de vuist weg uit de grond van zijn hart.

Ik zit daar nog wat over te mijmeren. En mijn eerste reactie zit ik nog wat te overdenken. Dat heb ik wel eens, dat ik spontaan iets zeg en daarna overdenk of dat wel een goede reactie is geweest.

Mijn eerste reactie is, dat ik er ook geen enkele aardigheid aan zou beleven om iemands feest te zitten bederven. Ik heb het ook nog wat breder getrokken. Dat het de roeping van de kerk niet is om minachtend te doen over iemands feest.

Maar als je het hebt over roeping van de kerk, dan mag toch wel verwacht worden, dat we in de kerk de oorspronkelijke betekenis van het Kerstfeest als Christusfeest niet onder stoelen of banken steken.

Daar zitten ze in de groep ook helemaal niet mee. Natuurlijk mag in de kerk het feest met de Bijbelse boodschap, lofliederen en muziek en gedichten gepaard gaan. 

En dat het daarbij gaat over een plotseling licht in de duisternis, dat de boodschap van de engel begeleidt over de Messias, die in die nacht geboren is – ons tot redding. Ja, dat is logisch, dat het in de kerk daarover gaat, daar is de kerk ook kerk voor.

En zo gaat het gesprek verder met de vraag; wat voegt Jezus nu toe?

Al gauw wordt het wat stiller.

Eén probeert: nou ja, dat je in hemel komt, als je dood gaat. Maar dat vind ik wel moeilijk om te geloven, klinkt er vlug achteraan.

Ik denk: ach, die kinderen groeien op een tijd, waarin spiritualiteit en geloof  helemaal naar de rand zijn gedrukt. En iets met enige stelligheid vinden, dat gaat wel over mode en muziek, een andere groep dan de jouwe. Maar over geloof iets stelligs vinden? Dat is niet meer wat jongeren aantreffen in hun omgeving. Of het is zo stellig, dat het afstoot, zoals zwart/wit denken en populistische oordelen.

Wat heeft Jezus binnengebracht? Ik probeer te zeggen, dat het Jezus ook gaat om aandacht te geven aan elkaar, om te helpen wie hulp nodig heeft. Dat het Jezus ook gaat om elkaar niet te hart af te rekenen, als iets even misgaat. En dat Hij de last van tekortkomingen en zonden van ons op Zich neemt.

O, wat Jezus binnenbrengt is niet alleen wat wij denken, maar vooral wat beschreven staat. Dat wil ik die jongeren graag bijbrengen. Zo hebben we gelezen in Johannes 1 over Johannes de Doper, die Jezus aan ziet komen bij de rivier de Jordaan en dan uitroept vol enthousiasme: ‘Daar is het lam van God, dat de zonde van der wereld wegneemt!’. We lezen even door en zien, dat de volgende dag Johannes Jezus weer aan ziet komen; en weer wordt Jezus geduid met ‘het lam van God’ (1). 

 

De Jordaan

We lezen nog even verder en zien, hoe Filippus over Jezus zegt: ‘We hebben de man gevonden over wie Mozes in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten spreken: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret!’

(2.) Ja, Jezus is niet zo maar uit de lucht komen vallen. Zijn komst als Messias is al lang in het volk Israël aangekondigd.

En die Filippus zegt dit alles tegen Natanaël om deze Natanaël opmerkzaam te maken op Jezus. (3.) Dat is ook een rol van de kerk: om mensen opmerkzaam te maken op Jezus en wat Hij binnenbrengt in ons leven.

We hebben nog even doorgelezen om te ontdekken, dat Jezus Zelf Natanaël ook aanspreekt. Het is een vriendelijke ontmoeting, want Jezus noemt Natanaël een Israëliet in wie geen bedrog is. Natanaël vraagt Jezus hoe Hij hem kent. En dan antwoordt Jezus: Ik zag je onder de vijgenboom.
Wie een vijgenboom kent, weet dat die takken heeft tot onder aan toe. Eigenlijk horen we Jezus zeggen: ik zag je waar niemand je zag.

(4.) Dat is ook een belangrijke trek van Jezus: Hij kent ons, zoals God ons kent, of we dat nu begrijpen of niet. Het geeft, als het goed is, een veilig gevoel, dat we geen vreemde hoeven te zijn voor Jezus. En dat is de roeping van de kerk ook om dit te accentueren en ook dat Jezus geen vreemde hoeft te blijven voor ons.

(5.) Tenslotte is er aandacht voor de reactie van Natanaël: ‘Rabbi, u bent de Zoon van God, u bent de koning van Israël!’. En zo is het precies. 

Ja, daar mag het in de kerk allemaal over gaan.

Als we maar niet vergeten: helper zijn voor wie geen helper heeft. Ook als je geen familie bent! Want uiteindelijk mag iedereen broer of zus van Jezus zijn: Hij trekt de familieband zo breed als God de Schepper ons mensen heeft geweven in de schoot van onze moeder. Voelt u wel, hoe heilzaam de Bijbelse boodschap kan zijn, als we die zorgvuldig bekijken en de 5 genoemde accenten goed leggen?

De kinderen van de catechese groeien op in een tijd, waarin godsdienst beladen is. 

Daarom vind ik het zo aardig om te laten merken, hoe weldadig het kan zijn om in Jezus te geloven, Hem te volgen, bij Hem je veilig te voelen en Hem na te volgen en met andere mensen vriendelijk en respectvol om te gaan.

Ds. Wim Scheltens