Over vertrouwen in de kerk

We gaan op weg naar het Kerstfeest 2015.

Eerst is het zondag de vierde zondag van Advent, de voorbereidingstijd voor Kerst, de tijd van wachten en verwachten, van verlangen naar het feestelijke moment dat we voluit kunnen zeggen: Gods belofte is heerlijk vervuld!

column 20151219.1

Dat doen we in een tijd, waarin volgens de kranten het vertrouwen in kerken flink is afgenomen. Het nieuws over misbruikschandalen speelt een rol, maar ook moskeeën kampen met een vertrouwenscrisis, door negatieve publiciteit over de islam.

“Hoe groter de afstand tot de kerk, hoe lager het vertrouwen in het instituut.”

Die conclusie is te halen uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau over het vertrouwen van mensen in kerken en religieuze organisaties. Verreweg het minste vertrouwen in de kerk hebben mensen die er niet mee zijn grootgebracht (1 procent spreekt ‘veel vertrouwen’ in de kerk uit) en die de kerk de rug hebben toegekeerd (4 procent heeft dan toch nog vertrouwen). Het afscheid van de kerk gaat volgens eerdere bevindingen  ‘veelal samen met een persoonlijke vertrouwensbreuk met godsdienstige organisaties’.

De grootste daling was zichtbaar in de jaren daarvoor, tussen 2006 en 2010. Toen kelderde het percentage Nederlanders dat veel vertrouwen uitsprak in religieuze organisaties van 23 naar 15 procent. Het percentage dat ‘eerder wel dan geen vertrouwen’ in de kerken had, maakte een val van 46 naar 35 procent, waarmee kerken in 2010 voor het eerst op de laatste plek stonden, nog onder bijvoorbeeld politieke partijen, de pers, politie en het leger.

De onderzoekers brengen het slinkende vertrouwen direct in verband met het slinkende ledental. Hoe minder kerkleden, hoe minder relevant mensen de kerken vinden.

Het getal

En dat laatste is een wonderlijk punt: de betrouwbaarheid hangt toch niet af van het aantal gelovigen maar van de inhoud van het geloof, zou ik zeggen.

Is daar niet een ander probleem zichtbaar aan het worden?

Het zelfstandige denken en onderzoeken wordt minder. Een politieke partij die in de peilingen groeit, krijgt ook meer aandacht en aanhang. Dat is een gegeven, waar we eens over zouden kunnen nadenken. Niemand wil graag bij een verliezende partij behoren.

Is de preek beter in een volle kerk? Is de catechese beter als de zaal uitpuilt? Is de gesprekskring nuttiger als de zaal te klein dreigt te worden?

Is het wegblijven een graadmeter voor de kwaliteit?

column 20151219.2

Het sociaal cultureel planbureau is een beschrijvend en registrerend instituut.

Maar is wat de we aantreffen niet dieper te peilen?

Tijdgeest

De leescultuur neemt af en dat is lastig voor een kerk van het Woord.

De beeldcultuur en de beeldvorming zijn belangrijk in onze tijd, maar opsmuk is niet wat een kerk behoort te hebben.

Trouw wordt schaars. Daar hoort ook bij dat trouw blijven aan de kerk moeilijker wordt. Dat is de tijdgeest.

Paulus geeft een goed advies: “Wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat ge moogt onderkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.” (Romeinen 12 : 2).

Uitdaging

Wat denkt u: zou de kerk nog vandaag de dag kunnen meewerken aan vernieuwing van het denken?

En wat kan het betekenen, dat God zijn belofte wel vervult, zoals we met Kerst vieren?

Deze vragen lijken me de uitdaging anno 2015/16.

Ds. Wim Scheltens.