Overeind gehesen

In het dagblad Trouw van zaterdag 19 januari 2019 heb ik een ingezonden stukje gelezen, dat me een paar dagen heeft bezig gehouden. Daarom denk ik dat het sommigen van u ook kan bezighouden. Want zo apart ben ik nou ook weer niet.

Ik neem eerst het stukje over: 

“Zorg voor elkaar

Het goddelijke manifesteert zich in de zorg voor elkaar, zegt psychiater Dirk De Wachter (Verdieping, 12 januari). Dat is volgens hem de kern van het geloof en ik kan me daarin vinden. Die zorg heb ik onlangs mogen ervaren. Op weg naar de bushalte maakte ik een lelijke val, op een druk kruispunt. Vier handen, ik wist niet waar ze zo gauw vandaan kwamen, hesen me overeind. De hulpverleners vroegen bezorgd hoe het met me ging. Een mevrouw kwam me een appel uit haar lunch brengen. Misschien, zo vermoedde ze, was ik duizelig geweest en moest ik wat eten. De andere handen behoorden toe aan een man die zijn bolide in de berm had geparkeerd. Hij leidde me naar zijn auto, liet me plaatsnemen opdat ik even van de schrik kon bekomen. Waar ik heen moest? Ik noemde mijn bestemming en hij bood aan mij er heen te brengen. De politie was intussen gearriveerd en hield het verkeer tegen, zodat mijn ‘privéchauffeur’ zonder problemen weg kon rijden. Ik was, ondanks de pijn, onder de indruk: mensen die ik niet kende, bekommerden zich om mij. Ik had, zo voelde het, God ontmoet, zo maar, op een doordeweekse dag.

Bart Smits Groningen”

Kruispunt in Groningen

Een mevrouw met een appel en een meneer met een dikke auto (zoals ze in het Noord’n zeggen) – het kan niet op. Bart Smits heeft een mooi stukje geschreven.

Hij is dankbaar en onder de indruk: mensen die ik niet kende, bekommerden zich om hem. En zo, juist zo voelde het, of hij God ontmoet had. Leuk, dat de politie ook even genoemd wordt, die kan mooi het verkeer even regelen.

Wildvreemde helpende handen

Dat is iets wat wij in huis ook opvallend hebben gevonden in onze contacten een paar jaar geleden met asielzoekers uit Heumersoord. Dat wildvreemde mensen zich helpend opstellen. De jongens uit Iran hebben ons plechtig verteld, dat dit bij hen iets heel nieuws is. Want in Iran help je alleen je familie.  

Wij hebben verteld, dat dit in Nijmegen en omgeving ook iets positiever ligt dan in andere delen van het land. Niet iedereen is blij met asielzoekers, hebben we hen verteld. Toch hebben we gemerkt, hoe in Zweeloo / Aalden (Drenthe) de Protestantse Gemeente contact heeft met mensen in het asielzoekerscentrum. Er zijn ook regelmatig maaltijden met asielzoekers in de kerk. En de kerkdiensten worden bezocht door heel wat asielzoekers. Zo hebben we het wel meer gemerkt in plaatsen waar een asielzoekerscentrum is.

Helpen heeft iets overstijgends

Maar goed: het doet je blijkbaar goed, als je wildvreemde mensen hebt, die je te hulp schieten. Dat dit zelfs met het ontmoeten van God te maken kan hebben. Dat helpen en geholpen worden zelfs iets overstijgends krijgen. Bart Smits laat het goddelijke en het hulpbiedende zo’n beetje in elkaar overlopen. Hij heeft daarbij menig grote filosoof achter zich, in ieder geval Levinas: in het gezicht van de naaste herken je het gelaat van God; door de naaste ontmoet je God. 

Een helpende hand

Zo kun je zomaar aanlopen tegen het geheim van de ontmoeting met God. De één ervaart het zus en de ander zo, maar er moet wel enig besef van God zijn, wil je over een ontmoeting met God kunnen spreken. 

Hoe komt Bart Smits erbij om helpende mensen te zien als ontmoeting met God?

Hij moet ervaren hebben, dat God ergens te verbinden is met helpen.

 

Dat het besef van God dus te maken heeft met helpen, redden uit een benarde situatie, verlossen uit een spiraal van ongeluk tot erger…

Dat is een mooi begin van Godsbesef: Hij helpt je niet van de wal in de sloot, Hij verkoopt je geen knollen voor citroenen en verkoopt je geen kat in de zak. 

Hij schoffelt je niet ondersteboven en laat je niet vallen. Hij hijst je juist overeind met beide benen op de grond. Hij ontfermt zich over ons, leert de Bijbel. En daar kan zo’n vrouw met een appel en zo’n man met een dikke auto toch een mooi teken van zijn.

Ds. Wim Scheltens